Art. 11 PCT, Vormvoorschriften voor de internationale aanvrage
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)
11.1. Aantal exemplaren
a) Onverminderd het bepaalde onder paragraaf b) dienen de internationale aanvrage en elk in de controlelijst (Regel 3.3 (ii)) genoemd document in een enkel exemplaar te worden ingediend.
b) Een ontvangend bureau kan verlangen dat de internationale aanvrage en elk in de controlelijst (Regel 3.3a) (ii)) genoemd document, behalve het ontvangstbewijs voor de betaalde taksen of de cheque voor betaling van de taksen, in twee of drie exemplaren worden ingediend. In dat geval is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het nagaan van de gelijkluidendheid van het tweede en derde exemplaar met het oorspronkelijke exemplaar.
11.2. Geschiktheid voor reproduktie
a) Alle onderdelen van de internationale aanvrage (d.w.z. de aanvrage, de beschrijving, de conclusies, de tekeningen en het uittreksel) dienen zo te worden overgelegd dat zij in elk gewenst aantal exemplaren rechtstreeks kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie, elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm.
b) Alle bladen dienen ongekreukt en ongescheurd te zijn; zij mogen niet gevouwen zijn.
c) Elk blad dient slechts aan één kant te zijn gebruikt.
d) Onverminderd Regel 11.10 d) en 11.13 j) dient elk blad in rechtopstaande stand te worden gebruikt (d.w.z. de korte zijden bovenaan en onderaan).
11.3. Te gebruiken materiaal Alle onderdelen van de internationale aanvrage dienen op buigzaam, sterk, wit, glad, niet glanzend en duurzaam papier te zijn gesteld.
11.4. Afzonderlijke bladen, enz.
a) Elk onderdeel (aanvrage, beschrijving, conclusies, tekeningen, uittreksel) van de internationale aanvrage dient te beginnen op een nieuw blad.
b) Alle bladen van de internationale aanvrage dienen zo aan elkaar te zijn gehecht, dat zij gemakkelijk kunnen worden omgeslagen bij de raadpleging en gemakkelijk gescheiden en weer samengevoegd kunnen worden, indien zij losgemaakt zijn voor reproduktie.
11.5. Formaat van de bladen Het formaat van de bladen dient A4 (29,7 cm x 21 cm) te zijn. Een ontvangend bureau kan evenwel internationale aanvragen op bladen van andere afmetingen aanvaarden, mits het oorspronkelijke exemplaar, zoals toegezonden aan het Internationale Bureau en, indien de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zulks verlangt, het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, volgens formaat A4 zijn.
11.6. Marges
a) De minimum marges van de bladen waarop de beschrijving, de conclusies en het uittreksel zijn gesteld, dienen als volgt te zijn:
– bovenaan: 2 cm
– links: 2,5 cm
– rechts: 2,5 cm
– onderaan: 2 cm
b) Het aanbevolen maximum voor de onder paragraaf a) genoemde marges is als volgt:
- bovenaan: 4 cm
- links: 4 cm
- rechts: 3 cm
- onderaan: 3 cm
c) Op bladen met tekeningen dient de te gebruiken bladspiegel niet groter te zijn dan 26,2 x 17,0 cm. De bladen mogen geen rand rond de te gebruiken of gebruikte bladspiegel hebben. De minimum marges dienen als volgt te zijn:
- bovenaan: 2,5 cm
- links: 2,5 cm
- rechts: 1,5 cm
- onderaan: 1,0 cm
d) De marges genoemd onder de paragrafen a) tot en met c) zijn van toepassing op bladen van formaat A 4, zodat, zelfs indien het ontvangend bureau andere formaten aanvaardt, het oorspronkelijke exemplaar op formaat A 4 en, wanneer verlangd, het exemplaar voor nieuwheidsonderzoek op formaat A 4, bovengenoemde marges zullen hebben.
e) Behoudens het in paragraaf f en in Regel 11.8 b bepaalde, moeten de marges van de internationale aanvrage bij de indiening geheel onbeschreven zijn.
f) De bovenmarge mag in de linkerhoek een vermelding van de dossieraanduiding van de aanvrager bevatten, mits deze dossieraanduiding binnen 1,5 cm van de bovenkant van het blad is vermeld. Het aantal tekens van de dossieraanduiding van de aanvrager mag niet groter zijn dan het in de Administratieve Instructies vastgelegde maximum.
11.7. Nummering van de bladen
a) Alle bladen van de internationale aanvrage dienen doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers.
b) De nummers dienen in het midden bovenaan of onderaan de bladzijde te worden geplaatst, maar niet in de marge.
11.8. Nummering van regels
a) Sterk aanbevolen wordt, elke vijfde regel van elk blad van de beschrijving en van elk blad van de conclusies te nummeren.
b) De nummers dienen in de rechterhelft van de linkermarge te staan.
11.9. Schrift van de tekst
a) De aanvrage, de beschrijving, de conclusies en het uittreksel dienen in machineschrift of gedrukt te zijn.
b) Alleen grafische symbolen en tekens, chemische of wiskundige formules en bepaalde karakters in het Chinees of het Japans kunnen, zo nodig, met de hand worden geschreven of getekend.
c) De tekst dient op anderhalve regelafstand te zijn getypt.
d) De gehele tekst dient te zijn weergegeven in letters waarvan de hoofdletters ten minste 0,28 cm hoog zijn en een donkere, onuitwisbare kleur hebben, voldoend aan de vereisten neergelegd in Regel 11.2, met dien verstande dat de tekst in het verzoekschrift mag zijn weergegeven in letters waarvan de hoofdletters ten minste 0,21 cm hoog zijn.
e) Wat de regelafstand in getypte teksten en het formaat van de letters betreft, is het in de paragrafen c en d bepaalde niet van toepassing op teksten in het Chinees of het Japans.
11.10. In de tekst opgenomen tekeningen, formules en tabellen
a) De aanvrage, de beschrijving, de conclusies en het uittreksel dienen geen tekeningen te bevatten.
b) De beschrijving, de conclusies en het uittreksel kunnen chemische of wiskundige formules bevatten.
c) De beschrijving en het uittreksel kunnen tabellen bevatten; een conclusie kan alleen tabellen bevatten indien het onderwerp van de conclusie het gebruik van tabellen wenselijk maakt.
d) Tabellen en chemische of wiskundige formules kunnen overdwars op het blad worden geplaatst indien zij niet op bevredigende wijze rechtopstaand kunnen worden weergegeven; bladen waarop tabellen of chemische of wiskundige formules overdwars worden weergegeven, dienen zo te zijn ingedeeld, dat de bovenkant van de tabellen of formules zich aan de linkerzijde van het blad bevindt.
11.11. Woorden in tekeningen
a) De tekeningen dienen geen tekst te bevatten, behalve een enkel woord of woorden, wanneer volstrekt onmisbaar, zoals „water”, „stoom”, „open”, „dicht”, „doorsnede over AB” en, in het geval van elektrische schakelingen en blokschema's of vloeischemadiagrammen, enkele korte trefwoorden die onmisbaar zijn voor het begrijpen van de tekening.
b) De gebruikte woorden dienen zo te worden geplaatst, dat zij bij vertaling kunnen worden overgeplakt zonder de lijnen van de tekeningen te raken.
11.12. Veranderingen, enz. Elk blad dient redelijk vrij te zijn van doorhalingen en vrij van veranderingen en boven elkaar geschreven en tussengeschreven woorden. Niet-naleving van deze Regel kan worden toegestaan, indien er geen sprake is van twijfel aan de rechtsgeldigheid van de inhoud en kan worden voldaan aan de vereisten voor goede reproduktie.
11.13. Bijzondere vereisten voor tekeningen
a) Tekeningen dienen te worden uitgevoerd in duurzame, zwarte, voldoende dichte en donkere, gelijkmatig en duidelijk aangegeven lijnen en streepjes zonder kleur.
b) Doorsneden dienen te worden aangegeven door schuine arceringen die de duidelijke leesbaarheid van verwijzingstekens en hoofdlijnen niet mogen belemmeren.
c) De schaal van de tekeningen en de duidelijkheid van de grafische uitvoering ervan dient zodanig te zijn, dat bij een fotografische reproduktie op twee/derde van de ware grootte alle details zonder moeite kunnen worden onderscheiden.
d) Wanneer, in uitzonderlijke gevallen, op een tekening de schaal wordt gegeven, dient deze grafisch te zijn aangegeven.
e) Alle cijfers, letters en verwijzingslijnen op de tekeningen moeten eenvoudig en duidelijk zijn. Haakjes, cirkels of aanhalingstekens mogen niet te zamen met cijfers en letters worden gebruikt.
f) Alle lijnen in de tekeningen dienen gewoonlijk te worden getrokken met behulp van tekeninstrumenten.
g) Elk onderdeel van elke figuur dient in de juiste verhouding te zijn tot elk ander element in de figuur, behalve wanneer het gebruik van een andere verhouding onmisbaar is voor de duidelijkheid van de figuur.
h) De hoogte van de cijfers en letters mag niet kleiner zijn dan 0,32 cm. Voor de letters in tekeningen dient het Latijnse en, waar gebruikelijk, het Griekse alfabet te worden gebruikt.
i) Hetzelfde blad tekeningen kan meer dan één figuur bevatten. Wanneer figuren op twee of meer bladen in feite één enkele volledige figuur vormen, dienen de figuren op de verschillende bladen zo te zijn geplaatst, dat de volledige figuur kan worden gevormd zonder dat een deel van de op de verschillende bladen voorkomende figuren wordt bedekt.
j) De verschillende figuren dienen op een blad of bladen te worden geplaatst zonder ruimteverspilling, bij voorkeur rechtopstaand en duidelijk gescheiden. Wanneer de figuren niet rechtopstaand zijn geplaatst, dienen zij overdwars te worden weergegeven, met het bovenste deel van de figuren gericht naar de linkerzijde van het blad.
k) De verschillende figuren dienen doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers, onafhankelijk van de nummering van de bladen.
l) In de beschrijving niet vermelde verwijzingstekens mogen niet in de tekeningen voorkomen en omgekeerd.
m) Dezelfde kenmerken dienen, wanneer zij worden aangegeven door verwijzingstekens, in de gehele internationale aanvrage door dezelfde tekens te worden aangegeven.
n) Indien de tekeningen een groot aantal verwijzingstekens bevatten, wordt sterk aanbevolen er een afzonderlijk blad aan te hechten waarin alle verwijzingstekens en de kenmerken waarop zij betrekking hebben worden opgesomd.
11.14. Latere documenten De Regels 10 en 11.1 tot en met 11.13 zijn ook van toepassing op documenten – bijvoorbeeld vervangende bladen, gewijzigde conclusies, vertalingen – die worden overgelegd na de indiening van de internationale aanvrage.