Art. 4 PCT, Het verzoekschrift (inhoud)
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)
4.1. Verplichte en facultatieve inhoud; ondertekening
a) Het verzoekschrift bevat:
(i) een verzoek,
(ii) de titel van de uitvinding,
(iii) gegevens betreffende de aanvrager en de gemachtigde, indien er een gemachtigde is,
(iv) gegevens betreffende de uitvinder, indien de nationale wetgeving van ten minste een van de aangewezen Staten voorschrijft dat de naam van de uitvinder wordt medegedeeld op het tijdstip van indiening van een nationale aanvrage.
b) Het verzoekschrift bevat in voorkomend geval:
i. een beroep op een recht van voorrang, of
ii. gegevens met betrekking tot een eerder nieuwheidsonderzoek zoals voorzien in de Regels 4.12 i en 12bis.1 b en d,
iii. een verwijzing naar een hoofdaanvrage of hoofdoctrooi,
iv. een aanduiding van de door de aanvrager gekozen bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
c) Het verzoekschrift kan het volgende bevatten:
i. gegevens betreffende de uitvinder wanneer de nationale wetgeving van geen der aangewezen Staten vereist dat de naam van de uitvinder wordt verstrekt op het tijdstip van indiening van een nationale aanvrage;
ii. een verzoek gericht aan het ontvangende bureau om het voorrangsbewijs gereed te maken en te verzenden aan het Internationale Bureau indien de aanvrage, waarvoor een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, ingediend werd bij het nationale bureau of de intergouvernementele instantie die het ontvangende bureau is,
iii. verklaringen zoals voorzien in Regel 4.17,
iv. een verklaring zoals voorzien in Regel 4.18,
v. een verzoek om herstel van het recht van voorrang,
vi. een verklaring zoals voorzien in Regel 4.12 ii.
d) Het verzoekschrift dient te zijn ondertekend.
4.2. Het verzoek Het verzoek dient de volgende strekking te hebben en bij voorkeur in de volgende bewoordingen te zijn gesteld: „Ondergetekende verzoekt dat de onderhavige internationale aanvrage zal worden behandeld overeenkomstig het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”.
4.3. Titel van de uitvinding De titel van de uitvinding dient kort (bij voorkeur tussen twee en zeven woorden wanneer zij in het Engels is gesteld of in deze taal is vertaald) en nauwkeurig te zijn.
4.4. Namen en adressen
a) De namen van natuurlijke personen dienen te worden aangegeven met de familienaam en de voorna(a)m(en) van de persoon, waarbij de familienaam voorafgaat aan de voorn(a)m(en).
b) De namen van rechtspersonen dienen te worden aangegeven met hun volledige officiële benaming.
c) Adressen dienen zodanig te worden aangegeven dat zij voldoen aan de gebruikelijke vereisten voor een snelle postbestelling op het aangegeven adres en dienen in elk geval te bestaan uit alle desbetreffende administratieve eenheden tot en met het eventuele huisnummer. Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de vermelding van het huisnummer niet vereist, heeft het nalaten van de vermelding van een zodanig nummer in die Staat geen rechtsgevolgen. Ten behoeve van een snelle communicatie met de aanvrager, wordt aanbevolen adressen van telexen, telefoon- en faxnummers of overeenkomstige gegevens van andere soortgelijke communicatiemiddelen van de aanvrager of, indien van toepassing, van de gemachtigde of de gemeenschappelijke vertegenwoordiger te vermelden.
d) Voor elke aanvrager, uitvinder of gemachtigde kan slechts één adres worden aangegeven maar, indien geen gemachtigde werd aangewezen om de aanvrager of alle aanvragers, wanneer er meer dan één is, te vertegenwoordigen, dan kan de aanvrager of, indien er meer dan één aanvrager is, de gemeenschappelijke vertegenwoordiger naast elk ander adres vermeld in het verzoekschrift nog één adres aangeven waarnaar de kennisgevingen moeten worden gezonden.
4.5. De aanvrager
a) Het verzoekschrift bevat:
i. de naam
ii. het adres en
iii. de nationaliteit en de woonplaats van de aanvrager, of indien er meerdere aanvragers zijn, van ieder van hen.
b) De nationaliteit van de aanvrager dient te worden aangegeven door de naam van de Staat waarvan hij onderdaan is.
c) De woonplaats van de aanvrager dient te worden aangegeven door de naam van de Staat waarvan hij inwoner is.
d) Bij verschillende aangewezen Staten mogen in het verzoekschrift verschillende aanvragers zijn vermeld. In dit geval dienen in het verzoekschrift de aanvrager of aanvragers per aangewezen Staat of groep aangewezen Staten te zijn vermeld.
e) Wanneer de aanvrager is geregistreerd bij het nationale bureau dat optreedt als ontvangend bureau, kan het verzoekschrift het nummer of de andere aanduiding vermelden waaronder de aanvrager daar is geregistreerd.
4.6. De uitvinder
a) Wanneer Regel 4.1 a iv of c i van toepassing is, dient het verzoekschrift de naam en het adres van de uitvinder te vermelden of, indien er meer dan een uitvinder is, van ieder van hen.
b) Indien de aanvrager de uitvinder is dient het verzoekschrift in plaats van de vermelding ingevolge paragraaf a) een verklaring hieromtrent te bevatten.
c) Het verzoekschrift kan voor verschillende aangewezen Staten verschillende personen als uitvinder vermelden wanneer de vereisten van de nationale wetgevingen van de aangewezen Staten in dit opzicht niet gelijk zijn. In zulk een geval dient het verzoekschrift een afzonderlijke verklaring te bevatten voor elke aangewezen Staat of groep Staten waarin een bepaalde persoon of dezelfde persoon als de uitvinder dient te worden beschouwd of waarin bepaalde personen of dezelfde personen als de uitvinder dienen te worden beschouwd.
4.7. De gemachtigde
a. Indien een gemachtigde is benoemd dient het verzoekschrift zulks te vermelden en zijn naam en adres aan te geven.
b. Wanneer de gemachtigde is geregistreerd bij het nationale bureau dat optreedt als ontvangend bureau, kan het verzoekschrift het nummer of de andere aanduiding vermelden waaronder de gemachtigde daar is geregistreerd.
4.8. Gemeenschappelijke vertegenwoordiger Indien een gemeenschappelijke vertegenwoordiger is benoemd dient het verzoekschrift zulks te vermelden.
4.9. Aanwijzing van staten, soorten van bescherming, nationale en regionale octrooien
a. De indiening van een verzoekschrift houdt in:
i. de aanwijzing van alle Verdragsluitende Staten die op de datum van internationale indiening door het Verdrag worden gebonden;
ii. een aanduiding dat de internationale aanvrage, ten aanzien van elke aangewezen Staat waarop artikel 43 of 44 van toepassing is, de verlening van elk soort bescherming betreft die door middel van de aanwijzing van die Staat beschikbaar is;
iii. een aanduiding dat de internationale aanvrage, ten aanzien van elke aangewezen Staat waarop artikel 45, eerste lid, van toepassing is, de verlening van een regionaal octrooi betreft en tevens, tenzij artikel 45, tweede lid, van toepassing is, een nationaal octrooi.
b. Indien, onverminderd paragraaf a, i, op 5 oktober 2005 de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat bepaalt dat de indiening van een internationale aanvrage die de aanwijzing van die staat omvat en waarin een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan van een eerdere nationale aanvrage met rechtsgevolgen in die staat waardoor de eerdere nationale aanvrage ophoudt rechtsgevolgen te hebben, hetgeen dezelfde gevolgen heeft als intrekking van de eerdere nationale aanvrage, kan elk verzoekschrift waarin een beroep wordt gedaan op de voorrang van een eerder in die staat ingediende nationale aanvrage, een vermelding bevatten dat die staat niet wordt aangewezen, op voorwaarde dat het aangewezen bureau het Internationale Bureau uiterlijk op 5 januari 2006 ervan in kennis stelt dat deze paragraaf van toepassing is op aanwijzingen van die staat en dat de kennisgeving nog steeds van kracht is op de datum van internationale indiening. Het Internationale Bureau publiceert de ontvangen kennisgeving onverwijld in het mededelingenblad.
4.10. Beroep op een recht van voorrang
a. In elke verklaring bedoeld in artikel 8, eerste lid, (Beroep op een recht van voorrang) kan een beroep worden gedaan op een recht van voorrang van een of meer eerdere aanvragen ingediend hetzij in, hetzij voor een land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom of in of voor elk lid van de Wereldhandelsorganisatie dat geen partij is bij dat verdrag. Een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan in het verzoekschrift; het bestaat uit een verklaring met de strekking dat een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang van een eerdere aanvrage en bevat:
i. de datum waarop de eerdere aanvrage werd ingediend;
ii. het nummer waaronder de eerdere aanvrage is ingediend;
iii. wanneer de eerdere aanvrage een nationale aanvrage is, het land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom of het Lid van de Wereldhandelsorganisatie dat niet partij is bij dat Verdrag, waar de aanvrage is ingediend;
iv. wanneer de eerdere aanvrage een regionale aanvrage is, de instantie belast met de verlening van regionale octrooien ingevolge het regionale verdrag inzake octrooien dat van toepassing is;
v. wanneer de eerdere aanvrage een internationale aanvrage is, het ontvangende bureau waarbij zij is ingediend.
b. In aanvulling op de ingevolge paragraaf a onder iv of v vereiste gegevens:
i. wanneer de eerdere aanvrage een regionale aanvrage of een internationale aanvrage is, kan het beroep op een recht van voorrang een of meer landen vermelden die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom waarvoor die eerdere aanvrage is ingediend;
ii. wanneer de eerdere aanvrage een regionale aanvrage is en ten minste een van de landen die partij zijn bij het verdrag inzake regionale octrooien noch partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom noch Lid is van de Wereldhandelsorganisatie, geeft het beroep op een recht van voorrang ten minste een land aan dat partij is bij dat Verdrag of een Lid van die Organisatie waarvoor die eerdere aanvrage is ingediend.
c. Voor de toepassing van de paragrafen a en b, is artikel 2, onder vi, niet van toepassing.
4.11. Verwijzing naar voortzetting of gedeeltelijke voortzetting, of hoofdaanvrage of verleend hoofdoctrooi
a. Indien
i. de aanvrager ingevolge Regel 49bis.1 a of b beoogt aan te geven dat hij verlangt dat de internationale aanvrage in elke aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om een aanvullingsoctrooi, een aanvullingscertificaat, een aanvulling bij een uitvinderscertificaat of een aanvulling bij een gebruikscertificaat; of
ii. de aanvrager ingevolge Regel 49bis.1 d beoogt aan te geven dat hij verlangt dat de internationale aanvrage in elke aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om voortzetting of gedeeltelijke voortzetting van een eerdere aanvrage;
dient zulks alsmede de desbetreffende hoofdaanvrage, hoofdoctrooi of ander verleend hoofdrecht te zijn vermeld in het verzoekschrift.
b. Het opnemen in het verzoekschrift van een vermelding ingevolge paragraaf a laat de werking van Regel 4.9 onverlet.
4.12. In aanmerking nemen van uitkomsten van eerder nieuwheidsonderzoek Indien de aanvrager wenst dat de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bij het verrichten van het internationale nieuwheidsonderzoek de uitkomsten van een eerder internationaal nieuwheidsonderzoek, van een nieuwheidsonderzoek van internationaal type of van een nationaal nieuwheidsonderzoek verricht door dezelfde of een andere Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of door een nationaal bureau („eerder nieuwheidsonderzoek”) in aanmerking neemt:
i. dient zulks in het verzoekschrift te worden vermeld, waarbij ook de desbetreffende instantie of het desbetreffende bureau en de aanvrage ter zake waarvan het eerdere nieuwheidsonderzoek werd verricht worden vermeld;
ii. kan het verzoekschrift in voorkomend geval een verklaring bevatten dat de internationale aanvrage gelijk is aan, of in hoofdzaak gelijk is aan, de aanvrage ter zake waarvan het eerdere nieuwheidsonderzoek werd verricht, of dat de internationale aanvrage gelijk is aan, of in hoofdzaak gelijk is aan, die eerdere aanvrage, met dien verstande dat zij wordt ingediend in een andere taal.
4.13. Vervallen.
4.14. Vervallen.
4.14bis. Keuze van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek Indien er meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is die bevoegd is het nieuwheidsonderzoek betreffende de internationale aanvrage te verrichten, dient de aanvrager de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van zijn keuze in het verzoekschrift te vermelden.
4.15. Ondertekening Het verzoekschrift dient door de aanvrager of, indien er meer dan een aanvrager is, door alle aanvragers te worden ondertekend.
4.16. Transcriptie of vertaling van bepaalde woorden
a) Wanneer een naam of adres in andere lettertekens is geschreven dan die van het Latijnse alfabet, dienen beide ook te worden vermeld in lettertekens van het Latijnse alfabet, hetzij alleen in transcriptie, hetzij door vertaling in het Engels. De aanvrager beslist welke woorden alleen zullen worden getranscribeerd en welke woorden zullen worden vertaald.
b) De naam van een land, geschreven in andere lettertekens dan die van het Latijnse alfabet, dient ook te worden aangegeven in het Engels.
4.17. Verklaringen betreffende nationale vereisten bedoeld in Regel 51bis.1 a i tot en met v. Het verzoekschrift kan, ten behoeve van de in een of meer aangewezen Staten toegepaste wetgeving, een of meer van de volgende verklaringen bevatten, in de bewoordingen als voorgeschreven in de Administratieve Instructies:
i. een verklaring betreffende de identiteit van de uitvinder, zoals bedoeld in regel 51bis.1 a i;
ii. een verklaring betreffende het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een octrooi aan te vragen en verleend te krijgen, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a ii;
iii. een verklaring betreffende het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een beroep te doen op een recht van voorrang op grond van de eerdere aanvrage, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a iii;
iv. een verklaring van uitvinderschap, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a iv, die dient te worden ondertekend zoals voorgeschreven in de Administratieve Instructies;
v. een verklaring betreffende onschadelijke openbaarmaking of een op gebrek aan nieuwheid te maken uitzondering, zoals bedoeld in regel 51bis.1 a v.
4.18. Verklaring betreffende opneming door middel van verwijzing Indien in de internationale aanvrage op de datum waarop een of meer elementen van de internationale aanvrage bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau een beroep op een recht van voorrang van een eerdere aanvrage wordt gedaan, kan het verzoekschrift een verklaring bevatten dat, indien een element van de internationale aanvrage bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, of een deel van de beschrijving, de conclusies of tekeningen bedoeld in Regel 20.5 a, of een element of onderdeel van de beschrijving, conclusies of tekeningen bedoeld in Regel 20.5bis a, niet anderszins vervat is in de internationale aanvrage, maar volledig vervat is in de eerdere aanvrage, dat element of onderdeel, op voorwaarde van bevestiging ingevolge Regel 20.6, voor de toepassing van Regel 20.6 door middel van verwijzing opgenomen is in de internationale aanvrage. Indien deze verklaring op die datum niet vervat is in het verzoekschrift, kan zij er uitsluitend aan worden toegevoegd indien zij op die datum anderszins was opgenomen in of ingediend met de internationale aanvrage.
4.19. Andere vermeldingen
a. Het verzoekschrift dient geen andere vermeldingen te bevatten dan die omschreven in de Regels 4.1 tot en met 4.18, met dien verstande dat de Administratieve Instructies het opnemen in het verzoekschrift van andere vermeldingen, omschreven in de Administratieve Instructies kunnen toestaan maar niet verplicht stellen.
b. Indien het verzoekschrift andere vermeldingen bevat dan die aangegeven in de Regels 4.1 tot en met 4.18 of toegestaan door de Administratieve Instructies ingevolge paragraaf a, schrapt het ontvangende bureau deze ambtshalve.