Art. 6 PCT, De conclusies

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)

6.1. Aantal en nummering van de conclusies

a) Het aantal conclusies dient redelijk te zijn, gezien de aard van de uitvinding, waarvoor bescherming wordt gevraagd.

b) Indien er meer dan één conclusie is, dienen zij doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers.

c) De wijze van nummering in geval van wijziging van de conclusies wordt geregeld in de Administratieve Instructies.

6.2. Verwijzingen naar andere delen van de internationale aanvrage

a) Behalve wanneer dit absoluut noodzakelijk is, dienen de conclusies ten aanzien van de technische kenmerken van de uitvinding niet te steunen op verwijzingen naar de beschrijving of de tekeningen. In het bijzonder dienen zij niet te steunen op verwijzingen zoals: „zoals beschreven in deel.... van de beschrijving” of „zoals geïllustreerd in figuur .... van de tekeningen.”

b) Wanneer de internationale aanvrage tekeningen bevat dienen de in de conclusies genoemde technische kenmerken bij voorkeur te worden gevolgd door de op deze kenmerken betrekking hebbende verwijzingstekens. Wanneer zij gebruikt worden dienen de verwijzingstekens bij voorkeur tussen haakjes te worden geplaatst. Indien de opneming van verwijzingstekens een sneller begrip van een conclusie niet speciaal vergemakkelijkt, dient zij achterwege te worden gelaten. Een aangewezen bureau kan de verwijzingstekens verwijderen ten behoeve van publikatie door dit bureau.

6.3. Wijze van opstellen van de conclusies

a) De omschrijving van het onderwerp waarvoor bescherming wordt gevraagd, dient te worden gegeven aan de hand van de technische kenmerken van de uitvinding.

b) Wanneer het ter zake dienende is moeten de conclusies bevatten:

(i) een uiteenzetting van die technische kenmerken van de uitvinding die nodig zijn voor de omschrijving van het onderwerp waarop de conclusies betrekking hebben maar die, te zamen, behoren tot de bekende stand van de techniek,

(ii) een beschrijving van de kenmerken - voorafgegaan door de woorden „daardoor gekenmerkt dat”, „gekenmerkt door”, „waarin de verbetering omvat” of andere woorden met dezelfde strekking - waarin de technische kenmerken beknopt worden uiteengezet waarvoor, te zamen met de kenmerken uiteengezet onder (i), bescherming wordt gewenst.

c) Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de wijze van opstellen van de conclusies, bepaald onder paragraaf b), niet vereist, heeft het niet volgen van die wijze van opstellen geen rechtsgevolgen in die Staat, mits de feitelijk gevolgde wijze van opstellen van de conclusies voldoet aan de nationale wetgeving van die Staat.

6.4. Afhankelijke conclusies

a) Een conclusie die alle kenmerken van een of meer andere conclusies omvat (conclusie in afhankelijke vorm, hierna te noemen „afhankelijke conclusie”) dient zulks te doen door een verwijzing, indien mogelijk aan het begin, naar de andere conclusie of conclusies en vervolgens de bijkomende kenmerken te vermelden waarop de conclusie betrekking heeft. Afhankelijke conclusies die verwijzen naar meer dan één andere conclusie („meervoudig afhankelijke conclusies”), dienen alleen in de vorm van een alternatief naar zodanige conclusies te verwijzen. Meervoudig afhankelijke conclusies mogen geen grondslag vormen voor een andere meervoudig afhankelijke conclusie. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de voorafgaande twee zinnen, kan het niet-volgen van die wijze van opstellen uitlopen op een vermelding ingevolge artikel 17, tweede lid, onder b), in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek. Het niet-volgen van genoemde wijze van opstellen heeft geen rechtsgevolgen in een aangewezen Staat indien de feitelijk gevolgde wijze van opstellen van de conclusies voldoet aan de nationale wetgeving van die Staat.

b) Onder een afhankelijke conclusie dient te worden verstaan een conclusie die alle beperkingen omvat welke zijn neergelegd in de conclusie waarnaar zij verwijst of, indien de afhankelijke conclusie een meervoudig afhankelijke conclusie is, alle beperkingen, opgenomen in de conclusie in samenhang waarmee zij wordt beschouwd.

c) Alle afhankelijke conclusies die terugverwijzen naar een enkele voorgaande conclusie en alle afhankelijke conclusies die terugverwijzen naar meer dan één voorgaande conclusie, dienen voor zover mogelijk en op de meest praktische wijze te worden ondergebracht in één groep.

6.5. Gebruiksmodellen Een aangewezen Staat waar de verlening van een gebruiksmodel wordt gevraagd op basis van een internationale aanvrage kan, in plaats van de Regels 6.1 tot en met 6.4, ten aanzien van de in die Regels geregelde aangelegenheden, de bepalingen van zijn nationale wetgeving betreffende gebruiksmodellen toepassen, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in die Staat eenmaal is begonnen, met dien verstande dat de aanvrager ten minste 2 maanden na het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn zal worden toegestaan om zijn aanvrage aan te passen aan de vereisten van genoemde bepalingen in de nationale wetgeving.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen