Art. 9 PCT, Uitdrukkingen, enz. die niet moeten worden gebruikt

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)

9.1. Begripsomschrijving De internationale aanvrage dient niet te bevatten:

(i) uitdrukkingen of tekeningen die in strijd zijn met de goede zeden;

(ii) uitdrukkingen of tekeningen die in strijd zijn met de openbare orde;

(iii) kleinerende opmerkingen over de produkten of werkwijzen van een bepaalde andere persoon dan de aanvrager of de verdiensten of geldigheid van aanvragen of octrooien van zodanige personen (het louter vergelijken met de bestaande techniek wordt op zichzelf niet als kleinerend beschouwd);

(iv) een verklaring of andere inhoud die onder de omstandigheden kennelijk niet ter zake of onnodig is.

9.2. Vaststelling van niet-naleving Het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie en het Internationaal Bureau kunnen niet-naleving van de voorschriften van Regel 9.1 vaststellen en de aanvrager voorstellen dat hij zijn internationale aanvrage dienovereenkomstig vrijwillig verbetert. In dat geval worden het ontvangende bureau, de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de bevoegde voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie en het Internationaal Bureau, naargelang van toepassing, van het voorstel in kennis gesteld.

9.3. Verwijzing naar artikel 21, zesde lid De „kleinerende opmerkingen” genoemd in artikel 21, zesde lid, hebben de betekenis zoals omschreven in Regel 9.1 (iii).

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen