Art. 92 PCT, Briefwisseling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)
92.1. Brief en ondertekening vereist
a) Bescheiden die door de aanvrager worden ingediend in de loop van de internationale procedure voorzien in het Verdrag en dit Reglement, anders dan de internationale aanvrage zelf, dienen, indien zij niet in de vorm van een brief zijn, vergezeld te gaan van een brief waarin de internationale aanvrage waarop de bescheiden betrekking hebben, wordt aangegeven. De brief dient door de aanvrager te zijn ondertekend.
b) Indien aan de onder paragraaf a) bepaalde vereisten niet is voldaan, wordt de aanvrager van de niet-naleving in kennis gesteld en uitgenodigd het verzuim binnen een in de uitnodiging gestelde termijn te herstellen. De aldus gestelde termijn dient, de omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk te zijn; zelfs wanneer de aldus gestelde termijn later verstrijkt dan de termijn die geldt voor het verstrekken van het document (of zelfs wanneer de laatstgenoemde termijn reeds is verstreken) dient zij niet korter te zijn dan 10 dagen en niet langer dan een maand te rekenen van de verzending per post van de uitnodiging. Indien het verzuim wordt hersteld binnen de in de uitnodiging gestelde termijn, wordt het buiten beschouwing gelaten; anders wordt de aanvrager ervan in kennis gesteld dat het document buiten beschouwing is gelaten.
c) Indien over het hoofd is gezien dat niet aan de onder paragraaf a) bepaalde vereisten is voldaan, en het document in beschouwing is genomen in de internationale behandeling, wordt de niet-naleving buiten beschouwing gelaten.
92.2. Talen
a) Onverminderd het bepaalde in de Regels 55.1 en 55.3 en in paragraaf (b) van deze Regel, dient elke brief of elk document, door de aanvrager ingediend bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, in dezelfde taal te zijn gesteld als de internationale aanvrage waarop de brief of het document betrekking heeft. Wanneer er echter een vertaling van de internationale aanvrage is toegezonden ingevolge Regel 23.1(b) of verstrekt ingevolge Regel 55.2, dient de taal van de vertaling te worden gebruikt.
b) Brieven van de aanvrager aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kunnen zijn gesteld in een andere taal dan de internationale aanvrage, mits genoemde Instantie machtigt tot het gebruik van die taal.
c) Vervallen.
d) Brieven van de aanvrager aan het Internationaal Bureau dienen gesteld te zijn in het Engels, het Frans of een andere door de Administratieve Instructies toegestane taal van publicatie.
e) Brieven of kennisgevingen van het Internationale Bureau, aan de aanvrager of aan een nationaal bureau dienen gesteld te zijn in het Engels of het Frans of een andere door de Administratieve Instructies toegestane taal van publicatie.
92.3. Verzending per post door nationale bureaus en intergouvernementele organisaties Documenten of brieven die afkomstig zijn van of zijn doorgezonden door een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie en een gebeurtenis vormen op de datum waarvan een termijn ingevolge dit Verdrag of Reglement begint te lopen, dienen per luchtpost te worden verzonden, met dien verstande dat de gewone post kan worden gebruikt in plaats van luchtpost in de gevallen waarin de gewone post gewoonlijk op haar bestemming aankomt binnen twee dagen na de verzending of wanneer er geen luchtpost beschikbaar is.
92.4. Gebruik van telegraaf, telex, fax, enz.
a. Een document dat de internationale aanvrage vormt en elk later document dat, of elke latere briefwisseling die daarop betrekking heeft, kan, niettegenstaande de Regels 11.14 en 92.1 a, maar onverminderd het in paragraaf h bepaalde, worden toegezonden, voor zover mogelijk, per telegraaf, telex, fax of ander soortgelijk communicatiemiddel dat resulteert in het indienen van een gedrukt of geschreven document.
b. Een handtekening op een document dat per fax is toegezonden, wordt voor de toepassing van dit Verdrag en dit Reglement erkend als geldige handtekening.
c. Wanneer de aanvrager heeft getracht een document toe te zenden via één van de in paragraaf a bedoelde communicatiemiddelen, maar het ontvangen document geheel of ten dele onleesbaar is of een gedeelte van het document niet is ontvangen, wordt het document als niet ontvangen beschouwd in zoverre het ontvangen document onleesbaar is of de poging tot toezending is mislukt. Het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie stelt de aanvrager hiervan onverwijld in kennis.
d. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan verlangen dat van een document dat is toegezonden via één van de in paragraaf a bedoelde communicatiemiddelen het origineel en een begeleidend schrijven waarin deze eerdere toezending wordt vermeld, worden verstrekt binnen 14 dagen te rekenen van de datum van toezending, mits het Internationale Bureau van dit vereiste in kennis is gesteld en het Internationale Bureau informatie hierover heeft gepubliceerd in het mededelingenblad. In de kennisgeving dient te worden aangegeven of dit vereiste alle of slechts bepaalde soorten documenten betreft.
e. Wanneer de aanvrager verzuimt het origineel van een document te verstrekken zoals vereist ingevolge paragraaf d, kan het betrokken nationale bureau of de betrokken intergouvernementele organisatie, afhankelijk van het soort document dat is toegezonden en met inachtneming van de Regels 11 en 26.3,
i. afzien van het in paragraaf d bedoelde vereiste, of
ii. de aanvrager uitnodigen, binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is en die in de uitnodiging is vastgesteld, het origineel van het toegezonden document alsnog te verstrekken,
met dien verstande dat, indien het toegezonden document gebreken bevat of laat zien dat het origineel gebreken bevat, ten aanzien waarvan het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie een uitnodiging tot herstel kan doen uitgaan, het bureau of de organisatie een dergelijke uitnodiging kan doen uitgaan naast, of in plaats van, het onder i of ii bedoelde.
f. Wanneer het verstrekken van een origineel van een document niet vereist is ingevolge paragraaf d, maar het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie het noodzakelijk acht het origineel van genoemd document te ontvangen, kan het of zij een uitnodiging doen uitgaan als bedoeld in paragraaf e ii.
g. Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan een uitnodiging ingevolge paragraaf e ii of paragraaf f:
i. wordt, wanneer het desbetreffende document de internationale aanvrage is, de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en geeft het ontvangende bureau een hiertoe strekkende verklaring af;
ii. wordt, wanneer het desbetreffende document volgt op de internationale aanvrage, het document als niet ingediend beschouwd.
h. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie is niet verplicht een document dat wordt toegezonden via een in paragraaf a bedoeld communicatiemiddel in ontvangst te nemen, tenzij het of zij het Internationale Bureau te kennen heeft gegeven dat het of zij bereid is een dergelijk document in ontvangst te nemen via dat communicatiemiddel en het Internationale Bureau informatie hierover heeft gepubliceerd in het mededelingenblad.