Art. 20 PCT, Datum van internationale indiening

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)

20.1. Vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

a. Onverwijld na de ontvangst van de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage, stelt het ontvangende bureau vast of deze voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid.

b. Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, iii, onder c, kan volstaan worden met het vermelden van de naam van de aanvrager op een wijze die het mogelijk maakt de identiteit van de aanvrager vast te stellen, zelfs wanneer de naam verkeerd is gespeld, de voornamen niet volledig zijn vermeld, of, in het geval van rechtspersonen, de naamsaanduiding afgekort of onvolledig is.

c. Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onder ii, is het voldoende dat het deel dat een beschrijving lijkt te zijn (niet zijnde een sequentie-opsommingsdeel daarvan) en het deel dat een conclusie of conclusies lijkt te zijn, zijn gesteld in een door het ontvangende bureau ingevolge Regel 12.1 a geaccepteerde taal.

d. Indien paragraaf c op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf c niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

20.2. Positieve vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

a. Indien het ontvangende bureau op het tijdstip van de ontvangst van de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage vaststelt dat aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan, kent het ontvangende bureau de datum van ontvangst van de internationale aanvrage toe als de datum van internationale indiening.

b. Het ontvangende bureau stempelt het verzoekschrift van de internationale aanvrage waaraan het een datum van internationale indiening heeft toegekend zoals voorgeschreven in de Administratieve Instructies. Het aldus gestempelde exemplaar van het verzoekschrift is het oorspronkelijke exemplaar van de internationale aanvrage.

c. Het ontvangende bureau stelt de aanvrager onverwijld in kennis van het nummer van de internationale aanvrage en datum van internationale indiening. Op hetzelfde tijdstip zendt het het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving toe die aan de aanvrager is gezonden, tenzij het het oorspronkelijke exemplaar ingevolge Regel 22.1 a reeds aan het Internationale Bureau heeft gezonden of dat op hetzelfde tijdstip verzendt.

20.3. Gebreken ingevolge artikel 11, eerste lid

a. Indien bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, het ontvangende bureau vaststelt dat niet aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is of lijkt te zijn voldaan, nodigt het de aanvrager uit om, naar keuze van de aanvrager:

i. de benodigde verbetering ingevolge artikel 11, tweede lid, te verstrekken; of

ii. indien de desbetreffende vereisten een element als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, betreffen, in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het element is opgenomen door middel van verwijzing ingevolge Regel 4.18; en eventueel bezwaar te maken binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7. Indien deze termijn verstrijkt na afloop van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dit onder de aandacht van de aanvrager.

b. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins:

i. de aanvrager het ontvangende bureau de vereiste verbetering verstrekt overeenkomstig artikel 11, tweede lid, na de datum van ontvangst van de beoogde internationale aanvrage maar op een latere datum binnen de van toepassing zijnde termijn overeenkomstig Regel 20.7, kent het ontvangende bureau die latere datum toe als de datum van internationale indiening en handelt het zoals voorzien in Regel 20.2, b en c;

ii. een element bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, ingevolge Regel 20.6 b wordt beschouwd als zijnde vervat in de internationale aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan toe als datum van internationale indiening en handelt het zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.

c. Indien het ontvangende bureau later ontdekt of op grond van het antwoord van de aanvrager vaststelt dat het ten onrechte een uitnodiging ingevolge paragraaf a heeft gedaan, aangezien voldaan was aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, toen de bescheiden werden ontvangen, dient het te handelen zoals voorzien in Regel 20.2.

20.4. Negatieve vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid Indien het ontvangende bureau niet binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7, een verbetering of bevestiging heeft ontvangen zoals bedoeld in Regel 20.3 a of indien een verbetering of bevestiging ontvangen is, maar de aanvrage nog niet voldoet aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, dient het ontvangende bureau:

i. de aanvrager er onverwijld van in kennis te stellen dat de aanvrage niet wordt en niet zal worden behandeld als een internationale aanvrage en de redenen daarvoor te vermelden;

ii. het Internationale Bureau ervan in kennis te stellen dat het nummer dat het op de bescheiden heeft aangetekend niet als een nummer van een internationale aanvrage zal worden gebruikt;

iii. de bescheiden die de als internationaal bedoelde aanvrage vormen en daarop betrekking hebbende correspondentie te bewaren zoals voorzien in Regel 93.1; en

iv. een afschrift van de genoemde bescheiden te zenden aan het Internationale Bureau, naar aanleiding van een verzoek door de aanvrager ingevolge artikel 25, eerste lid, wanneer het Internationale Bureau een dergelijk afschrift nodig heeft en daar speciaal om verzoekt.

20.5. Ontbrekende onderdelen

a. Indien het ontvangende bureau bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, vaststelt dat een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen ontbreekt of lijkt te ontbreken, met inbegrip van de gevallen waarin een of alle tekeningen ontbreken of lijken te ontbreken („ontbrekend onderdeel”) evenwel met uitzondering van de gevallen waarin een volledig element zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, ontbreekt of lijkt te ontbreken, en met uitzondering van het geval bedoeld in Regel 20.5bis a, nodigt het de aanvrager onverwijld uit, naar keuze van de aanvrager:

i. de als internationaal bedoelde aanvrage te voltooien door het ontbrekende onderdeel te verstrekken; of

ii. in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het onderdeel overeenkomstig Regel 4.18 was opgenomen door middel van verwijzing; en eventueel binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 bezwaar te maken. Indien deze termijn verstrijkt na het verstrijken van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dat onder de aandacht van de aanvrager.

b. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau op of voor de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een ontbrekend onderdeel zoals bedoeld in paragraaf a verstrekt teneinde de als internationaal bedoelde aanvrage te voltooien, wordt dat onderdeel opgenomen in de aanvrage en kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan als datum van internationale indiening toe, en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.

c. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau na de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een ontbrekend onderdeel zoals bedoeld in paragraaf a verstrekt teneinde de internationale aanvrage te voltooien, wordt dat onderdeel opgenomen in de aanvrage en wijzigt het ontvangende bureau de datum van internationale indiening in de datum waarop het dat onderdeel heeft ontvangen, stelt de aanvrager dienovereenkomstig in kennis en handelt zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

d. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins een onderdeel bedoeld in paragraaf a, ingevolge Regel 20.6 b wordt beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan toe als datum van internationale indiening en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.

e. Indien de datum van internationale indiening verbeterd is ingevolge paragraaf c, kan de aanvrager in een kennisgeving aan het ontvangende bureau binnen een maand na de datum van de kennisgeving ingevolge paragraaf c, het ontvangende bureau verzoeken het ontbrekende onderdeel te negeren, in welk geval het ontbrekende onderdeel geacht wordt niet te zijn verstrekt en de datum van internationale indiening uit hoofde van die paragraaf niet te zijn verbeterd en handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

20.5bis. Abusievelijk ingediende elementen en onderdelen

a. Indien het ontvangende bureau bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, vaststelt dat een volledig element zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, abusievelijk is ingediend of abusievelijk lijkt te zijn ingediend, of dat een onderdeel van de beschrijving, conclusies of tekeningen abusievelijk is ingediend of abusievelijk lijkt te zijn ingediend, met inbegrip van het geval waarin alle tekeningen abusievelijk zijn ingediend of abusievelijk lijken te zijn ingediend („abusievelijk ingediend element of onderdeel”), nodigt het de aanvrager onverwijld uit, naar keuze van de aanvrager:

i. de als internationaal bedoelde aanvrage te corrigeren door het correcte element of onderdeel te verstrekken; of

ii. in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het correcte element of onderdeel overeenkomstig Regel 4.18 was opgenomen door middel van verwijzing; en eventueel binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 bezwaar te maken. Indien deze termijn verstrijkt na het verstrijken van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dat onder de aandacht van de aanvrager.

b. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau op of voor de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een correct element of onderdeel verstrekt ten einde de als internationaal bedoelde aanvrage te corrigeren, wordt dat correcte element of onderdeel opgenomen in de aanvrage, wordt het desbetreffende abusievelijk ingediende element of onderdeel verwijderd uit de aanvrage en kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan als datum van internationale indiening toe, en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c, en zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

c. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau na de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een correct element of onderdeel verstrekt teneinde de internationale aanvrage te corrigeren, wordt dat correcte element of onderdeel opgenomen in de aanvrage, wordt het abusievelijk ingediende element of desbetreffende onderdeel verwijderd uit de aanvrage en wijzigt het ontvangende bureau de datum van internationale indiening in de datum waarop het dat correcte element of onderdeel heeft ontvangen, stelt de aanvrager dienovereenkomstig in kennis en handelt zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

d. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins een correct element of onderdeel, ingevolge Regel 20.6 b, wordt beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, blijft het desbetreffende abusievelijk ingediende element of onderdeel deel uitmaken van de aanvrage en kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan als datum van internationale indiening toe, en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c, en zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

e. Indien de datum van internationale indiening verbeterd is ingevolge paragraaf c, kan de aanvrager in een kennisgeving aan het ontvangende bureau binnen een maand na de datum van de kennisgeving ingevolge paragraaf c, het ontvangende bureau verzoeken het correcte element of onderdeel te negeren, in welk geval het correcte element of onderdeel geacht wordt niet te zijn verstrekt, het desbetreffende abusievelijk ingediende element of onderdeel geacht wordt niet te zijn verwijderd uit de aanvrage en de verbetering van de datum van internationale indiening uit hoofde van die paragraaf geacht worden niet te zijn gedaan en handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

20.6. Bevestiging van opneming van elementen en onderdelen door middel van verwijzing

a. De aanvrager kan bij het ontvangende bureau binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een schriftelijke kennisgeving indienen teneinde te bevestigen dat een element of onderdeel door middel van verwijzing ingevolge Regel 4.18 is opgenomen in de internationale aanvrage, vergezeld van:

i. een blad dat of bladen die het volledige element belichamen zoals vervat in de eerdere aanvrage of het desbetreffende deel vertegenwoordigen;

ii. indien de aanvrager niet reeds heeft voldaan aan Regel 17.1 a of b-bis met betrekking tot het voorrangsbewijs, een afschrift van de eerdere aanvrage zoals ingediend;

iii. indien de eerdere aanvrage niet in de taal gesteld is waarin de internationale aanvrage is ingediend, een vertaling van de eerdere aanvrage in die taal of, indien een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a of 12.4 a, een vertaling van de eerdere aanvrage in zowel de taal waarin de internationale aanvrage is ingediend als de taal van die vertaling; en

iv. in het geval van een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen, een aanduiding waar dat onderdeel is opgenomen in de eerdere aanvrage en, indien van toepassing, in een eventuele vertaling zoals bedoeld onder iii.

b. Indien het ontvangende bureau vaststelt dat voldaan is aan de vereisten van Regel 4.18 en paragraaf a en dat het element of onderdeel bedoeld in paragraaf a volledig opgenomen is in de desbetreffende eerdere aanvrage, wordt dat element of onderdeel beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau.

c. Indien het ontvangende bureau vaststelt dat niet voldaan is aan een vereiste uit hoofde van Regel 4.18 of paragraaf a, of dat het element of onderdeel bedoeld in paragraaf a niet volledig vervat is in de desbetreffende eerdere aanvrage, handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5 c, 20.5bis b of 20.5bis c, al naargelang van het geval.

20.7. Termijn

a. De van toepassing zijnde termijn bedoeld in de Regels 20.3 a en b, 20.4, 20.5 a, b en c, 20.5bis a, b en c, en 20.6 a is:

i. indien een uitnodiging ingevolge Regel 20.3 a of 20.5 a of 20.5bis a, indien van toepassing, aan de aanvrager is verzonden, twee maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging;

ii. indien een dergelijke uitnodiging niet aan de aanvrager is verzonden, twee maanden vanaf de datum waarop een of meer elementen zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau.

b. Indien noch een verbetering ingevolge artikel 11, tweede lid, noch een kennisgeving ingevolge Regel 20.6 (a) ter bevestiging van de opneming door verwijzing van een element bedoeld in artikel 11, eerste lid, (iii), (d) of (e), wordt ontvangen door het ontvangende bureau voor het verstrijken van de van toepassing zijnde termijn ingevolge paragraaf (a), wordt een verbetering of kennisgeving die het bureau ontvangt na het verstrijken van die termijn maar voordat het de aanvrager ingevolge Regel 20.4 (i) een kennisgeving toezendt, geacht binnen die termijn te zijn ontvangen.

20.8. Onverenigbaarheid met de nationale wetgeving

a. Indien een van de Regels 20.3 a ii en b ii, 20.5 a ii en d en 20.6 op 5 oktober 2005 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op een internationale aanvrage die bij dat ontvangende bureau is ingediend zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

a-bis. Indien een van de Regels 20.5bis a ii en d, op 9 oktober 2019 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op een internationale aanvrage die bij dat ontvangende bureau is ingediend zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 9 april 2020. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

a-ter. Wanneer een element of onderdeel niet ingevolge Regel 4.18 en 20.6, door middel van verwijzing in de internationale aanvrage kan worden opgenomen vanwege de toepassing van paragraaf a of paragraaf a-bis van deze Regel, handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in Regel 20.3 b i, 20.5 b, 20.5 c , 20.5bis b ofs 20.5bis c, al naargelang van het geval. Wanneer het ontvangende bureau handelt zoals voorzien in Regel 20.5 c of 20.5bis c, mag de aanvrager handelen zoals voorzien in Regel 20.5 e of 20.5bis e, al naargelang van het geval.

b. Indien een van de Regels 20.3 a ii en b ii, 20.5 a ii en d en 20.6 op 5 oktober 2005 niet verenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op dat bureau ter zake van een internationale aanvrage waarvoor de in artikel 22 bedoelde handelingen zijn verricht voor dat bureau, zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

b-bis. Indien een van de Regels 20.5bis a ii en d, op 9 oktober 2019 niet verenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op dat bureau ter zake van een internationale aanvrage waarvoor de in artikel 22 bedoelde handelingen zijn verricht voor dat bureau, zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 9 april 2020. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

c. Wanneer een element of onderdeel door middel van verwijzing geacht wordt te zijn opgenomen in de internationale aanvrage uit hoofde van een vaststelling van het ontvangende bureau ingevolge Regel 20.6 b, maar deze opneming door verwijzing niet van toepassing is op de internationale aanvrage ten behoeve van een procedure voor een aangewezen bureau vanwege de toepassing van paragraaf b van deze Regel, kan het aangewezen bureau de aanvrage behandelen als was de datum van internationale indiening toegekend ingevolge Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5bis b, of verbeterd ingevolge Regel 20.5 c of 20.5bis c, al naargelang van het geval, met dien verstande dat Regel 82ter.1 c en d van overeenkomstige toepassing zijn.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen