Art. 29 PCT, Internationale aanvragen die als ingetrokken worden beschouwd
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)
29.1. Vaststelling door het ontvangende bureau Indien het ontvangende bureau ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, en Regel 26.5 (Nalaten bepaalde gebreken te herstellen), of ingevolge artikel 14, derde lid, onder a (Niet-betaling van de ingevolge Regel 27.1 a voorgeschreven taksen), of ingevolge artikel 14, vierde lid (Latere vaststelling dat niet voldaan is aan de vereisten genoemd in artikel 11, eerste lid, sub i tot en met iii), of ingevolge Regel 12.3 d, 12.4 d of 26.3ter (Niet-verstrekking van een vereiste vertaling of, wanneer van toepassing, niet-betaling van een taks wegens te late verstrekking), of ingevolge Regel 92.4 g i (Niet-verstrekking van het origineel van een document), verklaart dat de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd:
i. zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar (tenzij reeds toegezonden) en de door de aanvrager aangeboden verbeteringen toe aan het Internationale Bureau;
ii. stelt het ontvangende bureau de aanvrager en het Internationale Bureau onverwijld in kennis van genoemde verklaring en doet het Internationale Bureau op zijn beurt kennisgeving aan elk aangewezen bureau dat reeds van zijn aanwijzing in kennis is gesteld;
iii. zendt het ontvangende bureau het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek niet toe zoals bepaald in Regel 23, of, indien dit exemplaar reeds werd toegezonden, stelt het de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek in kennis van de genoemde verklaring;
iv. is het Internationale Bureau niet verplicht de aanvrager in kennis te stellen van de ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar;
v. geschiedt geen internationale publicatie van de internationale aanvrage indien de kennisgeving inzake genoemde verklaring verzonden door het ontvangende bureau het Internationale Bureau bereikt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn voltooid.
29.2. Vervallen.
29.3. Het brengen van bepaalde feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau Indien het Internationale Bureau of de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat het ontvangende bureau een vaststelling ingevolge artikel 14, vierde lid, dient te verrichten brengt het of zij de desbetreffende feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau.
29.4. Kennisgeving van voornemen een verklaring af te geven ingevolge artikel 14, vierde lid
a. Alvorens het ontvangende bureau een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, aflegt, stelt het de aanvrager in kennis van zijn voornemen een dergelijke verklaring af te leggen alsmede van de redenen daarvoor. De aanvrager kan, indien hij niet instemt met de beoogde conclusie van het ontvangende bureau, binnen twee maanden na de datum van de kennisgeving zijn argumenten dienaangaande indienen.
b. Indien het ontvangende bureau voornemens is een verklaring uit hoofde van artikel 14, vierde lid, ter zake van een in artikel 11, eerste lid, iii d of e, genoemd element af te leggen, nodigt het ontvangende bureau in de in paragraaf a van deze Regel bedoelde kennisgeving de aanvrager uit in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het element door middel van verwijzing ingevolge Regel 4.18 is opgenomen. Voor de toepassing van Regel 20.7 a i wordt de aan de aanvrager uit hoofde van deze paragraaf toegezonden uitnodiging beschouwd als een uitnodiging ingevolge Regel 20.3 a ii.
c. Paragraaf b is niet van toepassing indien het ontvangende bureau het Internationale Bureau in overeenstemming met Regel 20.8 a in kennis heeft gesteld van de onverenigbaarheid van de Regels 20.3 a ii en b ii en 20.6 met het door dat bureau toegepaste nationale recht.