Art. 21 IVRK
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
De Staten die partij zijn en die de methode van adoptie erkennen en/of toestaan, waarborgen dat het belang van het kind daarbij de voornaamste overweging is, en:
a. waarborgen dat de adoptie van een kind slechts wordt toegestaan mits daartoe bevoegde autoriteiten, in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetten en procedures en op grond van alle van belang zijnde en betrouwbare gegevens, bepalen dat de adoptie kan worden toegestaan gelet op de verhoudingen van het kind met zijn of haar ouders, familieleden en wettige voogden, en mits, indien vereist, de betrokkenen, na volledig te zijn ingelicht, op grond van de adviezen die noodzakelijk worden geacht, daarmee hebben ingestemd;
b. erkennen dat interlandelijke adoptie kan worden overwogen als andere oplossing voor de zorg voor het kind, indien het kind niet in een pleeg- of adoptiegezin kan worden geplaatst en op geen enkele andere passende wijze kan worden verzorgd in het land van zijn of haar herkomst;
c. verzekeren dat voor het kind dat bij een interlandelijke adoptie is betrokken waarborgen en normen gelden die gelijkwaardig zijn aan die welke bestaan bij adoptie in het eigen land;
d. nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat, in het geval van interlandelijke adoptie, de plaatsing niet leidt tot ongepast geldelijk voordeel voor de betrokkenen;
e. bevorderen, wanneer passend, de verwezenlijking van de doeleinden van dit artikel door het aangaan van bilaterale of multilaterale regelingen of overeenkomsten, en spannen zich in om, in het kader daarvan, te waarborgen dat de plaatsing van het kind in een ander land wordt uitgevoerd door bevoegde autoriteiten of instellingen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 16 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16732
- Rb. Den Haag 22 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11524
- Conclusie A-G van Peursem 27 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:728
- Rb. Den Haag 23 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7884
- Rb. Assen 15 juni 2005, ECLI:NL:RBASS:2005:AT7617
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2185
- Rb. Rotterdam 16 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9484
- Rb. Noord-Holland 21 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10646
- Rb. Haarlem 11 september 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BB4416
- Rb. Den Haag 10 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22346
- Rb. Den Haag 27 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6946
- Rb. Den Haag 12 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6791
- Conclusie A-G Vlas 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:43
- Conclusie A-G Machielse 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6921
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1439
- Hof Amsterdam 19 december 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3419