Art. 9, Uitstel van verwijdering
1. De lidstaten stellen de verwijdering uit:
a) in geval deze in strijd zou zijn met het beginsel van non-refoulement, of
b) voor de duur van de overeenkomstig artikel 13, lid 2, toegestane opschorting.
2. De lidstaten kunnen op grond van de specifieke omstandigheden de verwijdering in een individueel geval voor een passende termijn uitstellen. Door de lidstaten wordt met name rekening gehouden met:
a) de fysieke of mentale gesteldheid van de onderdaan van een derde land;
b) technische redenen, zoals het ontbreken van vervoermiddelen of het mislukken van de verwijdering wegens onvoldoende identificatie.
3. Indien de verwijdering overeenkomstig de leden 1 en 2 wordt uitgesteld, kunnen de betrokken onderdaan van een derde land de verplichtingen waarin artikel 7, lid 3, voorziet, worden opgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 13 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3154
- ABRvS 27 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4046
- Rb. Den Haag 12 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3843
- ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5258
- ABRvS 20 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:265
- Rb. Den Haag 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3626
- Rb. Den Haag 11 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12328
- Rb. Den Haag 13 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:11887
- Rb. Den Haag 11 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14921
- Rb. Den Haag 13 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:474
- Rb. Den Haag 12 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15898
- Rb. Den Haag 4 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10567
- Rb. Den Haag 29 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9931
- Rb. Den Haag 29 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8031
- Conclusie A-G Machielse 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3151