Rb. Den Haag 29 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9931

Toewijzing verzoek voorlopige voorziening – verweerder heeft de op 15 augustus 2015 verleende verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen – verweerder onthoudt ten onrechte schorsende werking aan dit besluit – verzoeker heeft onderbouwd aangegeven dat door de gemeente vanwege dit besluit inmiddels een forse korting is toegepast op de uitkering van zijn echtgenote en dat hijzelf door de gemeente is afgemeld voor de collectieve ziektekostenverzekering - verzoeker wordt niet verwijderd omdat het refoulementverbod hieraan in de weg staat - de voorzieningenrechter treft evenwel een voorlopige voorziening om expliciet aan derden kenbaar te maken dat verzoeker rechtmatig verblijf heeft en aanspraak maakt op bijbehorende voorzieningen - de voorzieningenrechter bepaalt tevens dat verweerder binnen een termijn van 48 uur na deze uitspraak de zogenoemde verblijfscode van verzoeker dient te wijzigen zodat ook hieruit zal blijken dat hij rechtmatig verblijf heeft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken