Rb. Den Haag 29 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4265

Trefwoorden: 1F Vluchtelingenverdrag, dienstplicht, Syrië, administratieve werkzaamheden, personal participation, vrijwaring van verantwoordelijkheid Eiser is afkomstig uit Syrië. Verweerder heeft hem artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen. Vanwege zijn administratieve werkzaamheden als computermedewerker in het kader van zijn dienstplicht in het Syrische leger zou hij het plegen van marteling en zware mishandeling door anderen hebben gefaciliteerd. Verweerder heeft erkend dat de aard en de ernst van de 1F tegenwerping in deze zaak lichter is dan in andere zaken. Dat maakt naar het oordeel van de rechtbank dat aan het nog enige tijd voortzetten van de activiteiten/werkzaamheden een ander gewicht toekomt. Verweerder had bovendien zijn standpunt dat eiser eerder had moeten deserteren, meer moeten relateren aan de destijds gegeven omstandigheden. Dit is onvoldoende gebeurd. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken