Rb. Den Haag 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3626
In deze verwijzingsuitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat aanleiding bestaat prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. Deze vragen gaan over de uitleg van het arrest QY en de reikwijdte van de daarin genoemde verplichting van lidstaten om bij het beoordelen van een verzoek om internationale bescherming (in Nederland: asiel) ‘ten volle’ rekening te houden met een eerdere inwilligende beslissing op een dergelijk verzoek van dezelfde persoon door de autoriteiten van een andere lidstaat en de elementen die die beslissing ondersteunen. Daarnaast stelt de rechtbank prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van het uitvaardigen van een terugkeerbesluit naar het land van herkomst aan een vreemdeling die in een andere lidstaat internationale bescherming geniet met die beschermde status.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 27 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4046
- ABRvS 3 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2936
- ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2865
- ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2866
- ABRvS 30 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2265
- ABRvS 24 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4061
- ABRvS 17 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4349
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:540
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:521
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:524
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:892