Art. 18 Richtlijn 2006/49/EG
1. Instellingen beschikken doorlopend over een eigen vermogen dat ten minste gelijk is aan de som van het volgende:
a) de kapitaalvereisten berekend overeenkomstig de methoden en werkwijzen als omschreven in de artikelen 28 tot en met 32 en de bijlagen I, II en VI en, in voorkomend geval, bijlage V, met betrekking tot hun handelsportefeuille; en
b) de kapitaalvereisten berekend overeenkomstig de methoden en werkwijzen als omschreven in de bijlagen III en IV en, in voorkomend geval, bijlage V, met betrekking tot hun gehele bedrijf.
2. In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten instellingen toestaan de kapitaalvereisten voor hun handelsportefeuilleactiviteiten te berekenen overeenkomstig artikel 75, onder a), van Richtlijn 2006/48/EG en bijlage II, punten 6, 7 en 9, van deze richtlijn, mits
a) de handelsportefeuilleactiviteiten van deze instellingen normaal niet meer dan 5 % van hun totale bedrijf uitmaken,
b) het totaal van de handelsportefeuilleposities normaal niet meer bedraagt dan 15 miljoen EUR; en
c) de handelsportefeuilleactiviteiten van deze instellingen nooit meer dan 6 % van hun totale bedrijf uitmaken en het totaal van hun handelsportefeuilleposities nooit meer dan 20 miljoen EUR bedraagt.
3. Om het aandeel van de handelsportefeuilleactiviteiten ten opzichte van het totale bedrijf, als bedoeld in lid 2, onder a) en c), te berekenen, mogen de bevoegde autoriteiten zich baseren op hetzij het gecombineerde bedrag van de posten in en buiten balanstelling, hetzij de winst- en verliesrekening, hetzij het eigen vermogen van de betrokken instellingen, of een combinatie daarvan. Bij de berekening van de omvang van de activiteiten in en buiten balanstelling worden schuldinstrumenten gewaardeerd tegen marktprijs of tegen nominale waarde, aandelen tegen marktprijs en afgeleide instrumenten tegen nominale waarde of marktwaarde van de onderliggende instrumenten. Lange en korte posities worden samengevoegd, ongeacht of zij positief of negatief zijn.
4. Indien een instelling voor langere tijd een van beide of beide in lid 2, onder a) en b), gestelde grenswaarden overschrijdt of een van beide of beide in lid 2, onder c), gestelde grenswaarden overschrijdt, moet zij met betrekking tot haar handelsportefeuilleactiviteiten voldoen aan het vereiste van lid 1, onder a), en moet zij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis stellen.