Art. 14 Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2006/49/EG

1. De bevoegde autoriteiten kunnen beleggingsondernemingen toestaan de in artikel 13, lid 4, gestelde grenswaarde voor achtergestelde leningen te overschrijden, als zij dit vanuit prudentieel standpunt aanvaardbaar achten, en mits het totaal van deze achtergestelde leningen en de in artikel 13, lid 5, bedoelde bestanddelen niet meer bedraagt dan 200 % van het oorspronkelijke eigen vermogen dat resteert om aan de overeenkomstig de artikelen 21 en 28 tot en met 32 en de bijlagen I en III tot en met VI berekende vereisten te voldoen, dan wel 250 % van hetzelfde bedrag indien de beleggingsonderneming bij de berekening van het eigen vermogen het in artikel 13, lid 2, tweede alinea, onder d) bedoelde bestanddeel in mindering brengt.

2. De bevoegde autoriteiten kunnen kredietinstellingen toestaan de in artikel 13, lid 4, gestelde grenswaarde voor achtergestelde leningen te overschrijden, als zij dit vanuit prudentieel standpunt aanvaardbaar achten, en mits het totaal van deze achtergestelde leningen en de in artikel 57, onder d) tot en met h), van Richtlijn 2006/48/EG bedoelde bestanddelen niet meer bedraagt dan 250 % van het oorspronkelijke eigen vermogen dat resteert om aan de overeenkomstig de artikelen 28 tot en met 32 en de bijlagen I en III tot en met VI van deze richtlijn berekende vereisten te voldoen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen