Art. 23 Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2006/49/EG

De bevoegde autoriteiten verlangen dat beleggingsondernemingen in een groep waarvoor de in artikel 22 bedoelde ontheffing geldt, hen in kennis stellen van de risico's, met inbegrip van die welke samenhangen met de samenstelling en de bronnen van eigen en vreemd vermogen, die de financiële posities van deze ondernemingen in gevaar kunnen brengen. Indien de bevoegde autoriteiten dan van oordeel zijn dat de financiële positie van deze beleggingsondernemingen onvoldoende beschermd is, verlangen zij dat deze ondernemingen maatregelen treffen, zo nodig met inbegrip van beperkingen van de overdracht van kapitaal van deze ondernemingen naar de lichamen binnen de groep.

Wanneer de bevoegde autoriteiten ontheffing verlenen van de verplichting van toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig artikel 22, moeten zij andere passende maatregelen nemen voor het toezicht op de risico's, met name grote risico's, van de gehele groep, met inbegrip van die ondernemingen die niet in een van de lidstaten zijn gevestigd.

Wanneer de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 22 ontheffing verlenen van de toepassing van kapitaalvereisten op geconsolideerde basis, zijn de voorschriften van artikel 123 en titel V, hoofdstuk 5, van Richtlijn 2006/48/EG op niet-geconsolideerde basis van toepassing en gelden de voorschriften van artikel 124 van die richtlijn voor het toezicht op beleggingsondernemingen op niet-geconsolideerde basis.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen