Art. 16 Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2006/49/EG

Beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep waaraan de in artikel 22 bedoelde ontheffing is verleend, berekenen hun eigen vermogen overeenkomstig de artikelen 13 tot en met 15 hierboven, met inachtneming van het volgende:

a) de in artikel 13, lid 2, onder d), bedoelde niet-liquide activa worden afgetrokken;

b) de in artikel 13, lid 2, onder a), bedoelde uitsluiting heeft geen betrekking op de bestanddelen van artikel 57, punten l) tot en met p), van Richtlijn 2006/48/EG die de beleggingsonderneming aanhoudt met betrekking tot ondernemingen die zijn inbegrepen in het toepassingsgebied van de consolidatie gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van deze richtlijn;

c) de in artikel 66 , lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 2006/48/EG bedoelde grenswaarden worden berekend aan de hand van het oorspronkelijke eigen vermogen, min de onder b) van dit artikel bedoelde bestanddelen van artikel 57, punten l) tot en met p), van dezelfde richtlijn die deel uitmaken van het oorspronkelijke eigen vermogen van de betrokken ondernemingen;

d) de onder c) van dit artikel bedoelde bestanddelen van artikel 57, punten l) tot en met p), van Richtlijn 2006/48/EG [betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen] worden afgetrokken van het oorspronkelijke eigen vermogen, en niet van de som van alle bestanddelen, zoals is bepaald in lid 1, onder c), van artikel 66, lid 2, van die richtlijn, meer in het bijzonder voor de toepassing van artikel 13, leden 4 en 5, en artikel 14 van deze richtlijn.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen