Art. 20 Richtlijn 2006/49/EG
1. Met inachtneming van het bepaalde in de leden 2 tot en met 4 van dit artikel en in artikel 34 van deze richtlijn, zijn de voorschriften van artikel 75 van Richtlijn 2006/48/EG van toepassing op beleggingsondernemingen.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten toestaan dat beleggingsondernemingen waaraan geen vergunning is verleend om de in de punten 3 en 6 van bijlage I, afdeling A, van Richtlijn 2004/39/EG opgesomde beleggingsdiensten te verstrekken, een eigen vermogen aanhouden dat te allen tijde minstens gelijk is aan het hoogste van beide volgende bedragen:
a) het totaal van de kapitaalvereisten als bedoeld onder a) tot en met c) van artikel 75 van Richtlijn 2006/48/EG; en
b) het bedrag als bedoeld in artikel 21 van deze richtlijn.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten toestaan dat beleggingsondernemingen met een aanvangskapitaal als bepaald in artikel 9 die onder één van de hierna bedoelde categorieën vallen, een eigen vermogen aanhouden dat te allen tijde minstens gelijk is aan de kapitaalvereisten berekend overeenkomstig de voorschriften van artikel 75, onder a) tot en met c), van Richtlijn 2006/48/EG plus het bedrag als bedoeld in artikel 21 van deze richtlijn.
a) beleggingsondernemingen die voor eigen rekening uitsluitend handelen om orders van cliënten in te willigen of uit te voeren of om toegang te verkrijgen tot een clearing- en afwikkelingssysteem of een erkende beurs in de hoedanigheid van gemachtigde of uitvoerder van een order van een cliënt; en
b) beleggingsondernemingen:
i) waarbij cliënten geen gelden of effecten aanhouden;
ii) die uitsluitend voor eigen rekening handelen;
iii) die geen externe cliënten hebben;
iv) waarvan de uitvoering en afwikkeling van de transacties plaatsvinden onder verantwoordelijkheid en garantie van een clearinginstelling.
4. Ten aanzien van de in de leden 2 en 3 bedoelde beleggingsondernemingen gelden alle andere bepalingen betreffende operationele risico's van bijlage V van Richtlijn 2006/48/EG.
5. Artikel 21 is uitsluitend van toepassing op beleggingsondernemingen waarop lid 2 of lid 3 dan wel artikel 46 van toepassing is, en op de aldaar vermelde wijze.