Art. 15 Richtlijn 2006/49/EG
Niet-liquide activa als bedoeld in artikel 13, lid 2, tweede alinea, onder d) omvatten:
a) materiële vaste activa, behalve voor zover kan worden toegestaan dat grond en gebouwen in aanmerking wordt genomen tegenover de leningen waarvoor zij als waarborg gelden;
b) deelnemingen in, met inbegrip van achtergestelde schuldvorderingen op, kredietinstellingen of financiële instellingen, welke tot het eigen vermogen van die instellingen kunnen worden gerekend, tenzij deze zijn afgetrokken overeenkomstig artikel 57, onder l) tot en met p), van Richtlijn 2006/48/EG of overeenkomstig artikel 16, onder d), van deze richtlijn;
c) niet onmiddellijk verhandelbare deelnemingen en andere beleggingen in ondernemingen die geen kredietinstellingen of andere financiële instellingen zijn;
d) tekorten bij dochterondernemingen;
e) deposito's met uitzondering van die welke binnen 90 dagen opvraagbaar zijn, en tevens met uitzondering van margebetalingen in verband met futures of optiecontracten;
f) leningen en andere verschuldigde bedragen, met uitzondering van die welke binnen 90 dagen moeten worden terugbetaald;
g) materiële voorraden, tenzij daarop reeds kapitaalvereisten van toepassing zijn die minstens even streng zijn als de vereisten van de artikelen 18 en 20.
Wanneer aandelen in een kredietinstelling of financiële instelling tijdelijk worden gehouden in het kader van een financiële bijstandsoperatie met het oog op de reorganisatie of de redding van deze instelling, mogen de bevoegde autoriteiten ontheffing van dit artikel verlenen met het oog op de toepassing van het bepaalde onder b). Zij mogen eveneens ontheffing verlenen voor dergelijke aandelen die deel uitmaken van de handelsportefeuille van de beleggingsonderneming