Art. 19 Richtlijn 2006/49/EG
1. Voor de toepassing van bijlage I, punt 14, kan naar keuze van de nationale autoriteiten een wegingsfactor van 0 % worden toegekend aan door de in bijlage I, tabel 1, genoemde entiteiten uitgegeven schuldtitels, voor zover het gaat om in de nationale valuta luidende en gefinancierde schuldtitels.
2. In afwijking van het bepaalde in de punten 13 en 14 van bijlage I mogen de lidstaten met betrekking tot obligaties vallend onder bijlage VI, deel 1, punten 68 tot en met 70 van Richtlijn 2006/48/EG, een specifieke-risicovereiste vaststellen, dat gelijk is aan het specifieke-risicovereiste voor gekwalificeerde posten met dezelfde resterende looptijd als die obligatie, verminderd met de percentages van bijlage VI, deel 1, punt 71 van die richtlijn.
3. Wanneer een instelling voor collectieve belegging (ICB) uit een derde land door een bevoegde autoriteit wordt erkend overeenkomstig het bepaalde in punt 52 van bijlage I, kan een bevoegde autoriteit uit een andere lidstaat deze erkenning gebruiken zonder zelf een evaluatie uit te voeren.