Art. 17, Uitsluiting
1. Een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van subsidiaire bescherming wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat:
a) hij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, zoals gedefinieerd in de internationale instrumenten waarmee wordt beoogd regelingen te treffen ten aanzien van dergelijke misdrijven;
b) hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd;
c) hij zich schuldig heeft gemaakt aan daden die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties;
d) hij een gevaar vormt voor de gemeenschap of voor de veiligheid van de lidstaat waar hij zich bevindt.
2. Lid 1 is van toepassing op personen die aanzetten tot of anderszins deelnemen aan de daar genoemde misdrijven of daden.
3. De lidstaten mogen een onderdaan van een derde land of staatloze van subsidiaire bescherming uitsluiten, indien hij, voordat hij tot de betrokken lidstaat werd toegelaten, een of meer andere dan de in lid 1 bedoelde misdrijven heeft gepleegd die strafbaar zouden zijn met gevangenisstraf indien zij in de betrokken lidstaat waren gepleegd, en indien hij zijn land van herkomst alleen heeft verlaten om straffen als gevolg van deze misdrijven te ontlopen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 september 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF1415
- ABRvS 20 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2558
- ABRvS 31 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG3842
- Rb. 's-Gravenhage 23 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BV2249
- ABRvS 9 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ7497
- Rb. 's-Gravenhage 10 februari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2633
- Rb. 's-Gravenhage 3 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9347
- Rb. Den Haag 19 mei 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6452
- Rb. Den Haag 4 maart 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:9988
- Rb. Den Haag 24 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8681
- Rb. Den Haag 6 februari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2777