Rb. 's-Gravenhage 10 februari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2633

Sierra Leone / RUF / ongewenstverkalring / internationale betrekkingen Vanwege zijn acitiviteiten voor het RUF heeft eiser zich schuldig gemaakt aan handelingen in strijd met artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft eiser ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw, te weten in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser wist van de ernstige misdrijven die door het RUF zijn gepleegd en dat hij daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Voorts moet hem worden verweten dat hij niets heeft ondernomen om deze misdrijven te voorkomen dan wel zich hiervan heeft gedistantieerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft geoordeeld dat er sprake is van "personal and knowing participation", nu eiser wist van de ernstige misdrijven van het RUF tegen de bevolking en hij daaraan door zijn feitelijk leiding geven aan de dwangarbeid en zijn aandeel in de diamanthandel een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dan ook terecht terecht artikel 1 (F) van het Verdrag aan eiser heeft tegengeworpen. Nu de rechtbank heeft geoordeel dat het bepaalde in artikel 1(F) van het Verdrag aan eiser kan worden tegengeworpen, moet de bescherming van het Verdrag worden onthouden. Onder die omstandigheden was verweerder bevoegd eiser bij besluit van 10 juni 2008 ongewenst te verklaren, met toepassing van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat het besluit tot ongewenstverklaring geen schending oplevert van artikel 3 van het EVRM. Eiser heeft onvoldoende aangetoond dat er sprake is van gezinsleven met zijn partner en zoon, zodat er geen sprake is van schending van artikel 8 van het EVRM. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen