ABRvS 31 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG3842

Ongewenstverklaring / 8 EVRM / geen ambtshalve toetsing Boultif-criteria Met de overweging in dat besluit, dat het doel van de ongewenstverklaring is, te voorkomen dat de vreemdeling aan wie artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen bescherming kan krijgen in Nederland en Nederland op die manier als een gastland fungeert voor personen die zware misdrijven hebben gepleegd, alsmede het verblijf van de vreemdeling in het gehele Schengen-gebied tegen te gaan, heeft de minister zich derhalve, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, op goede gronden op het standpunt gesteld en voldoende gemotiveerd dat de inmenging in het gezinsleven van de vreemdeling gerechtvaardigd is in het belang van de openbare orde en de veiligheid. [...] Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is in het kader van een zorgvuldige belangenafweging aan de hand van de Boultif-criteria niet vereist dat uitdrukkelijk wordt verwezen naar de uitspraak in de zaak Boultif noch dat de Boultif-criteria ambtshalve en uitdrukkelijk één voor één worden behandeld en gewogen, maar dient wél op alle in dat kader aangevoerde omstandigheden te worden ingegaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen