ABRvS 9 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ7497

Ongewenstverklaring / 3 EVRM / jurisprudentie duurzaamheids- en proportionaliteitstoets van toepassing Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is in de zaak waarin de in 2.2 genoemde uitspraak is gedaan van tegenstrijdige verdragsverplichtingen geen sprake. Artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag heeft weliswaar tot gevolg dat in de daar genoemde gevallen de bepalingen van dat verdrag niet van toepassing zijn, doch brengt voor de verdragsluitende partij niet de verplichting met zich om degene die het betreft de toegang te weigeren dan wel rechtmatig verblijf te onthouden. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen ten aanzien van de kern van de in 2.2 bedoelde jurisprudentie is derhalve onjuist. Deze jurisprudentie biedt een toetsingskader voor gevallen waarin de vreemdeling een verblijfstitel wordt geweigerd en/of hij ongewenst wordt verklaard, terwijl niet van hem kan worden gevergd dat hij al dan niet vrijwillig naar zijn land van herkomst terugkeert. De staatssecretaris heeft dan ook terecht deze jurisprudentie in dit geval tot uitgangspunt genomen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen