Rb. Den Haag 24 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8681

Aan eiser is onherroepelijk artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag tegengeworpen. Voorts is eiser ongewenst verklaard. Hij heeft zich samen met zijn Nederlandse echtgenote in België gevestigd. Eiser wenst met zijn echtgenote terug te keren naar Nederland en heeft verweerder verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring. Niet in geschil is dat eiser als familielid van een Unieburger dient te worden aangemerkt en dat hij daarom onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2004/38 (Verblijfsrichtlijn) valt. In geschil is of eiser op grond van de tegenwerping van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, als bedoeld in artikel 27, tweede lid, Verblijfsrichtlijn. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het gedrag van een eiser een actuele bedreiging vormt voor de openbare orde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken