Art. 10 Verordening (EEG) nr. 1612/68
1. Met de werknemer die onderdaan is van een Lid-Staat en die op het grondgebied van een andere Lid-Staat is tewerkgesteld mogen zich vestigen, ongeacht hun nationaliteit: a) zijn echtgenoot en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn;
b) de bloedverwanten in opgaande lijn van deze werknemer en van zijn echtgenoot, die te zijnen laste zijn.
2. De Lid-Staten begunstigen de toelating van alle familieleden die niet onder de bepalingen van lid 1 vallen, indien zij ten laste zijn van bovenbedoelde werknemer dan wel in het land van herkomst onder zijn dak leven.
3. Voor de toepassing van de leden 1 en 2 moet de werknemer de beschikking hebben over een woning voor zijn familie, die in het gebied waar hij werkt voor de nationale werknemers als normaal wordt beschouwd ; deze bepaling mag geen discriminatie tussen de nationale werknemers en de werknemers uit andere Lid-Staten ten gevolge hebben.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 september 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF1415
- ABRvS 17 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4278
- ABRvS 5 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9567
- Rb. Den Haag 26 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9915
- ABRvS 5 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9530
- ABRvS 29 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7838
- ABRvS 7 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN6685
- ABRvS 7 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN6683
- Rb. 's-Gravenhage 3 maart 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6556
- Rb. 's-Gravenhage 24 oktober 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0828
- Rb. Rotterdam 6 juli 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU5095
- Rb. Den Haag 8 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14912
- Rb. Den Haag 25 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19997
- Rb. Den Haag 9 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12635
- Rb. Den Haag 20 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8546
- Rb. Den Haag 3 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9223
- CRvB 16 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV9903