Art. 15 Verordening (EEG) nr. 1612/68
1. De gespecialiseerde dienst van iedere Lid-Staat verstrekt ten minste éénmaal per maand aan de gespecialiseerde diensten van de andere Lid-Staten en aan het Europees Coördinatiebureau een opgave, per beroep en per streek: a) van de aanbiedingen van werk waaraan niet is of naar verwachting niet kan worden voldaan door arbeidskrachten die tot de nationale arbeidsmarkt behoren;
b) van werkzoekenden die hebben verklaard metterdaad bereid te zijn in een ander land te worden tewerkgesteld.
De gespecialiseerde dienst van iedere Lid-Staat zendt deze inlichtingen toe aan de in aanmerking komende diensten en instanties voor de arbeidsvoorziening.
2. De in lid 1 bedoelde opgaven worden verstrekt volgens een uniform systeem dat door het Europees Coördinatiebureau in samenwerking met het Technisch Comité binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening wordt opgesteld.