Art. 9 Verordening (EEG) nr. 1612/68

Verordening (EEG) nr. 1612/68

1. Een werknemer die onderdaan is van een Lid-Staat en die op het grondgebied van een andere Lid-Staat is tewerkgesteld, geniet alle rechten en alle voordelen die aan de nationale werknemers inzake huisvesting zijn toegekend, met inbegrip van de mogelijkheid, de woongelegenheid die hij nodig heeft in eigendom te verwerven.

2. Deze werknemer kan zich op dezelfde wijze als de nationale werknemers in het gebied waar hij is tewerkgesteld doen inschrijven op de lijsten van de aanvragen voor huisvesting, daar waar zulke lijsten bestaan, en hij geniet de voordelen en prioriteiten die hieruit voortvloeien.

Zijn familie die in het land van herkomst is gebleven wordt te dien einde beschouwd als wonend in genoemde streek, voor zover er voor de nationale werknemers een soortgelijke veronderstelling toepassing vindt. (1) PB nr. 159 van 2.11.1963, blz. 2661/63.