Art. 14 Verordening (EEG) nr. 1612/68

Verordening (EEG) nr. 1612/68

1. De Lid-Staten verstrekken de Commissie de inlichtingen betreffende de problemen en gegevens met betrekking tot het vrije verkeer en de werkgelegenheid van werknemers, alsook de inlichtingen betreffende de toestand en de ontwikkeling van de werkgelegenheid per streek en per bedrijfstak.

2. De Commissie stelt in samenwerking met het Technisch Comité de vorm vast waarin de in lid 1 genoemde inlichtingen worden opgesteld, alsmede de frequentie waarmee zij worden meegedeeld. Voor de beoordeling van de situatie op hun arbeidsmarkt bezigen de Lid-Staten de uniforme criteria die door de Commissie op grond van de resultaten van de werkzaamheden welke krachtens artikel 33, sub d), door het Technisch Comité zijn verricht en na advies van het Raadgevend Comité zijn opgesteld.

3. De gespecialiseerde dienst van iedere Lid-Staat verstrekt overeenkomstig de door de Commissie na overleg met het Technisch Comité opgestelde procedurevoorschriften aan de gespecialiseerde diensten van de overige Lid-Staten en aan het Europees Coördinatiebureau die inlichtingen betreffende de levensomstandigheden, de arbeidsvoorwaarden en de situatie op de arbeidsmarkt, welke een aanwijzing kunnen verschaffen aan de werknemers in de andere Lid-Staten. Deze inlichtingen worden regelmatig bijgewerkt.

De gespecialiseerde diensten van de andere Lid-Staten zorgen ervoor dat deze inlichtingen op ruime schaal worden bekendgemaakt, met name door ze te verspreiden onder de in aanmerking komende arbeidsbureaus en door alle communicatiemiddelen te gebruiken die geschikt zijn voor de voorlichting van de betrokken werknemers.