ABRvS 5 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9530

(…) Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, meent de Afdeling dat het geldende Unierecht, met name de richtlijn en artikelen 20 en 21 van het VWEU en de jurisprudentie van het Hof, met name de arresten Singh en Eind en het arrest Carpenter, er niet op wijst dat de vreemdelingen in Nederland recht op verblijf hebben. Zij sluit echter niet uit dat een dergelijk verblijfsrecht op het Unierecht gebaseerd zou kunnen worden. Om hierover van het Hof duidelijkheid te krijgen, ziet de Afdeling aanleiding tot het stellen van de volgende prejudiciële vragen: 1) In zaak nr. 201108230/1/V4: Kan een familielid met de nationaliteit van een derde land van een burger van de Unie die woont in de lidstaat waarvan hij de nationaliteit bezit, maar werkt in een andere lidstaat voor een in die andere lidstaat gevestigde werkgever, in omstandigheden als in het geding, een verblijfsrecht aan het Unierecht ontlenen? 2) In zaak nr. 201007849/1/V2: Kan een familielid met de nationaliteit van een derde land van een burger van de Unie die woont in de lidstaat waarvan hij de nationaliteit bezit, maar in het kader van zijn werkzaamheden voor een in diezelfde lidstaat gevestigde werkgever naar een andere lidstaat heen en weer reist, in omstandigheden als in het geding, een verblijfsrecht aan het Unierecht ontlenen?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen