Rb. Den Haag 20 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20195

Einduitspraak artikel 15b/15c Kwalificatierichtlijn – de rechtbank heeft in februari 2022 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld over de wijze van beoordelen van het risico op ernstige schade en over hoe de zogenoemde “glijdende schaal” moet worden toegepast. Eisers vormen een gezin met 6 jonge kinderen en zijn afkomstig uit Libië. Eiser is in Libië persoonsbeveiliger geweest van hooggeplaatste politici. Eiser is buiten werktijd tijdens het hardlopen beschoten en geraakt in zijn hoofd. Eiser kan niet aannemelijk maken dat er gericht op hem is geschoten en hij kan niet aannemelijk maken dat hij daarna twee keer telefonisch is bedreigd. De rechtbank stelt vast dat eiser slachtoffer is geworden van willekeurig geweld. De rechtbank heeft vastgesteld dat eisers geen bescherming nodig hebben enkel vanwege het algemene geweldsniveau in Libië en ook geen bescherming nodig hebben enkel vanwege een individuele vrees. Als er elementen zijn die verband houden met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van eisers, kan bij een lager niveau van geweld toch bescherming noodzakelijk zijn als die elementen het risico om slachtoffer te worden van willekeurig geweld vergroten. Dit is het toepassen van “de glijdende schaal”; hoe meer blijkt dat deze elementen het risico om slachtoffer te worden kunnen vergroten, hoe minder hoog het algemene geweldsniveau hoeft te zijn om aan te moeten nemen dat bescherming nodig is. De rechtbank overweegt dat verweerder in deze procedure toepassing moet geven aan de glijdende schaal. Verweerder heeft namelijk zijn standpunt dat het geweldsniveau in Libië zo laag is dat dit de drempel niet haalt voor een dergelijke beoordeling, onvoldoende onderbouwd. Om vervolgens deugdelijk toepassing te kunnen geven aan de glijdende schaal moet verweerder nagaan welke elementen uit het relaas van eisers en uit de overige feiten en omstandigheden betrokken moeten worden bij de vraag of toch bescherming nodig is. De rechtbank overweegt ook dat verweerder op onjuiste wijze toepassing heeft gegeven aan de glijdende schaal. Eiser is eenmaal beschoten terwijl hij aan het hardlopen was en is daarbij in zijn hoofd geraakt. De rechtbank kwalificeert dit als het eerder ondergaan hebben van willekeurig geweld. Het hof heeft uitgelegd dat deze omstandigheid een aanwijzing is dat er een risico op ernstige schade bij terugkeer bestaat en daarom altijd moet worden betrokken bij toepassing van de glijdende schaal. Verweerder had de baan van eiser, de gezinssamenstelling en de leeftijd van de kinderen moeten betrekken bij de beoordeling of eisers een verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als zij moeten terugkeren naar Libië. Eiser is persoonsbeveiliger van hoog geplaatste politici geweest. Verweerder moet een standpunt innemen of dit werk, wat op zichzelf reeds een risico om onderworpen te worden aan geweld meebrengt, betekent dat eiser meer risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld dan andere burgers. Verweerder moet daarbij ook beoordelen of, als dat zo is, van hem gevergd kan worden om na terugkeer een andere baan te zoeken. Jonge kinderen zullen gevaar en geweldssituaties minder snel herkennen en onderkennen. In Libië is sprake van grote gebieden waar niet-ontplofte munitie en bommen liggen. Kinderen lopen in deze situatie een verhoogd risico om slachtoffer van geweld te worden. De rechtbank volgt op dit punt de recente Afdelingsjurisprudentie dus niet. Gezinnen met jonge kinderen zullen zich doorgaans ook moeilijker kunnen onttrekken aan een (dreigende) geweldssituatie. Dit wil niet zeggen dat alle kinderen en alle gezinnen uit Libië bescherming nodig hebben, maar dit betekent wel dat verweerder deze elementen daarom moeten betrekken bij de toepassing van de glijdende schaal. De rechtbank gaat in deze uitspraak ook in op het vermogen van eiser om adequaat te kunnen verklaren, medisch steunbewijs, de inspanningsplicht, de samenwerkingsplicht, het voordeel van de twijfel, het opnieuw moeten horen, risicogroep en 8 EVRM. De rechtbank vernietigt de besluiten, maar stelt verweerder niet door het doen van een tussenuitspraak in de gelegenheid om de motiveringsgebreken te herstellen. De rechtbank gaat er namelijk van uit dat beide partijen hoger beroep willen instellen om een oordeel van de Afdeling over het arrest X, Y van 9 november 2023 en de toepassing van dit arrest in de onderhavige procedure te verkrijgen. De rechtbank doet dus een einduitspraak en verklaart de beroepen gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken