ABRvS 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2927
Bij besluiten van 24 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nu de minister, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdelingen komen uit Libië en zijn een echtpaar met zes kinderen. Zij hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat de echtgenoot van het gezin in Tripoli als beveiliger van hooggeplaatste politici heeft gewerkt en als gevolg daarvan is bedreigd door milities. De echtgenoot zou tijdens een rondje hardlopen zijn beschoten en daarbij in zijn hoofd zijn geraakt. Daarom heeft hij, samen met zijn vrouw en kinderen, Libië verlaten. Volgens de minister hebben de vreemdelingen niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op ernstige schade. De minister acht het geloofwaardig dat de echtgenoot als beveiliger van politici heeft gewerkt, maar heeft de problemen die hij heeft ondervonden als gevolg van zijn beroep ongeloofwaardig geacht. Deze uitspraak gaat over de uitleg van het arrest van het Hof en over de vraag of en op welke wijze de individuele omstandigheden van de vreemdelingen moeten worden betrokken bij de toepassing van artikel 15, onderdeel c.
De uitspraak op rechtspraak.nl