Rb. Den Haag 11 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16568
Bewaring einduitspraak schottentheorie – het Hof heeft op 4 oktober 2024 het arrest Bouskoura gewezen – het Hof legt het Unierecht aldus uit dat de schottentheorie niet onverenigbaar is met het Unierecht - Het Hof heeft voor recht verklaard dat “een regeling” die de rechter niet verplicht om de vreemdeling in vrijheid te stellen als (…), niet onverenigbaar is met het Unierecht. De rechtbank heeft geaarzeld en serieus overwogen om het Hof te verzoeken om nadere uitleg te verschaffen over de inhoud en strekking van haar verklaring voor recht. Het Hof weet immers dat een dergelijke regeling in de nationale rechtspraktijk ontbreekt en dat de termijn die verweerder heeft om een opvolgende maatregel op te leggen enkel volgt uit de Afdelingsjurisprudentie - Gelet op de motivering van de verwijzing, het verloop van de zitting bij het Hof op 15 juli 2024, de overwegingen van het Hof in het arrest Bouskoura en gehoord de partijen ter zitting op 8 oktober 2024, interpreteert de rechtbank de verklaring voor recht in het arrest Bouskoura aldus, dat de nationale rechtspraktijk die ook wel “de schottentheorie” wordt genoemd, niet onverenigbaar is met het Unierecht zodat de rechtbank zich niet nogmaals tot het Hof zal wenden. De rechtbank overweegt hierbij aanstonds dat het buitengewoon wenselijk is dat de “48 uurs-jurisprudentie”, die overigens bestaat uit een termijn van “twee kalenderdagen” in plaats van 48 klokuren, spoedig wordt neergelegd in een wettelijke regeling. Een rechterlijke instantie zal niet lichtvaardig het handelen van een bestuursorgaan kwalificeren als “kwade trouw” of lichtvaardig aannemen dat sprake is van “misleiding”. De rechtbank heeft echter ook benoemd dat de rechtsbescherming die de rechterlijke instantie kan bieden in die lidstaten waar het een bestuursorgaan is die een vrijheidsontnemende maatregel kan opleggen, door de uitleg van het Hof in Bouskoura fragiel is. Het Hof hanteert de terminologie “enige kwade trouw of misleiding” en dit lijkt te duiden op een vorm van “opzet” bij het handelen. De rechtbank overweegt dat de wetenschap die verweerder nu heeft van de beperkte verplichting voor de rechter om de vreemdeling in vrijheid te stellen in samenhang met de omstandigheid dat de vreemdeling weliswaar het moment van indiening van het beroep, maar niet het moment waarop de rechterlijke controle plaatsvindt kan bepalen, meebrengt dat de rechtbank bij het door verweerder in bewaring houden van een vreemdeling nadat de grondslag aan die specifieke maatregel is komen te ontvallen, nauwgezet zal nagaan of sprake is van enige kwade trouw en/of misleiding. Dit betekent ook dat verweerder gevraagd kan worden welke activiteiten in de door de rechtspraak gegeven termijn om de maatregel om te zetten zijn verricht en dat betekent dat verweerder gevraagd kan worden om te motiveren waarom de maatregel niet binnen die termijn is omgezet. Indien uit concrete feiten en omstandigheden blijkt dat het opleggen van een nieuwe maatregel en met name het moment daarvan, is ingegeven door het moment van de rechterlijke controle op de naleving van de rechtmatigheidsvoorwaarden, zal de rechtbank niet aarzelen om de dan geldende maatregel op te heffen vanwege “kwade trouw of misleiding”. Toepassing van het arrest in de onderhavige procedures leidt tot de conclusie dat alleen het beroep tegen de eerste bewaringsmaatregel gegrond is – de rechtbank beoordeelt, anders dan de Afdeling, ook de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel en stelt vast dat verweerder onrechtmatig inbreuk heeft gemaakt op het privéleven van eiser door zonder zijn toestemming en zonder wettelijke grondslag de belgegevens van eiser te verkrijgen en gebruiken – dit heeft geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en de rechtmatigheid van de voortduring van de tenuitvoerlegging van de maatregel – 1 beroep
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 9 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16389
- ABRvS 10 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3631
- ABRvS 16 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2874
- ABRvS 31 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2245
- Rb. Den Haag 27 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8042
- ABRvS 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1869
- Rb. Den Haag 12 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5585
- ABRvS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1387
- Rb. Den Haag 20 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20195
- ABRvS 12 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4578
- ABRvS 25 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3564
- ABRvS 11 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3508
- ABRvS 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829
- Rb. Den Haag 5 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8019
- Rb. Den Haag 19 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5603
- Rb. Den Haag 27 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14223
- Rb. Den Haag 2 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12965
- Rb. Den Haag 14 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11952
- Rb. Den Haag 22 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5970
- Rb. Den Haag 15 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12500