Rb. Den Haag 28 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:871

Intrekking Nederlanderschap op grond van artikel 14, vierde lid, van de RWN. Volgens een eerder strafvonnis is eiser veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf voor het plegen dan wel voorbereiden van terroristische misdrijven (ECLI:NL:RBDHA:2015:14365). Volgens dit vonnis is eiser eind 2013 uitgereisd naar Syrië en heeft zich aangesloten bij IS. Daarnaast heeft eiser een substantiële rol gespeeld bij het faciliteren van Haagsae jongeren die zijn afgereisd naar Syrië. Volgens eerdere jurisprudentie van de ABRS moet de aansluiting bij een terroristische organisatie hebben voortgeduurd tot na 11 maart 2017. In casu aanvullend ambtsbericht van de AIVD. Advocaat geeft geen toestemming ex artikel 8:29 Awb zodat de rechtbank moet uitgaan van de juistheid van het ambtsbericht. Eiser vormt een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 14 lid 4 RWN. Aan de voorwaarde van het hebben van een dubbele nationaliteit is voldaan. Verweerder handelt niet in strijd met het verbod van willekeur. Geen strijdigheid met de beginselen van het Unierecht. De belangen van de minderjarige kinderen kunnen in deze procedure geen rol spelen. Het belang van opsporing en vervolging staat, gelet op het standpunt van het OM, niet aan de intrekking van het Nederlanderschap in de weg. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken