Rb. Den Haag 18 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:12069
Gevangenisstraf van tien jaar voor voorbereiding van een terroristische aanslag op een politicus. Voorbereidingshandelingen terroristisch misdrijf. Bedreiging met een terroristisch misdrijf. Opruiing en verspreiding daarvan. De verdachte wilde een moord plegen op een politicus vanwege het houden van een cartoonwedstrijd die hij in zijn hoedanigheid van politicus organiseerde met gebruikmaking van zijn recht op vrijheid van meningsuiting. Dit grondrecht is één van de fundamenten van onze democratische samenleving. Een democratische samenleving kenmerkt zich door pluralisme, tolerantie en ruimdenkendheid en vergt daarom dat er ook ruimte is voor het uitdragen van informatie, denkbeelden en opvattingen die de Staat of een groot deel van de bevolking choqueren, kwetsen of verontrusten. Dat recht geldt in het bijzonder ook voor politici die zich – binnen of buiten het parlement – mengen in het voor het functioneren van de democratie zo belangrijke publieke debat, door daarin hun politieke boodschap te verkondigen. Wat de verdachte beoogde met het vermoorden van de politicus was het verwijderen van een prominent politicus uit dit publieke debat, om zodoende te bereiken dat deze zijn politieke boodschap niet meer zou kunnen verkondigen. De verdachte wilde deze moord nota bene plegen in één van de gebouwen van het parlement: ook feitelijk het hart van de Nederlandse democratie. Gelet hierop zou de door de verdachte voorbereide moord een ontwrichting betekenen van de fundamentele politieke en constitutionele structuren, als bedoeld in artikel 83a Sr en de gedragingen van de verdachte waren blijkens zijn uitlatingen daarop ook gericht. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de voorbereiding van moord met een terroristisch oogmerk.
De uitspraak op rechtspraak.nl