Hof Den Haag 30 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1082

Veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor deelneming aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk (LTTE – de organisatie van Tamil Tijgers). Het hof acht tevens bewezen dat het oogmerk van de LTTE onder andere gericht was op het plegen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid in de zin van de Wet Internationale Misdrijven (WIM). Het hof verklaart het OM op zijn verzoek niet-ontvankelijk ten aanzien van overtreding van de Sanctiewet en voortzetting van de verboden organisatie. Het hof heeft vastgesteld dat het onderhavige gewapend conflict een niet-internationaal (intern) karakter heeft. Tevens heeft het hof vastgesteld dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat de LTTE streed tegen een racistisch regime. Het hof concludeert dat de LTTE geen beroep toekomt op het zogeheten combattantenprivilege en dat de regels van het nationaal (commuun) strafrecht van toepassing zijn ten aanzien van de bewezenverklaarde geweldsdaden. Het hof komt tot vrijspraken voor de zogenaamde opruiingsfeiten. Het hof is van oordeel dat de ten laste gelegde uitlatingen in de gegeven omstandigheden en context niet kunnen worden gekwalificeerd als opruiing tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag noch tot enig strafbaar feit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken