HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474
Medeplegen versus andere deelnemingsvormen. Wanneer is de samenwerking zo nauw en bewust geweest dat van medeplegen mag worden gesproken? HR formuleert aandachtspunten voor de strafrechtelijke beoordeling van tlgd medeplegen. HR stelt voorop dat de kwalificatie van medeplegen alleen gerechtvaardigd is indien de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bv. in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving. HR biedt de praktijk handvatten wanneer en in welke mate het oordeel dat sprake is van medeplegen - en niet van bv. medeplichtigheid - nadere (bewijs)motivering behoeft en welke vragen daarbij beantwoording verdienen. Voorts plaatst HR enkele opmerkingen over de wijze van ten laste leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1593
- HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6505
- HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5140
- HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9972
- HR 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6581
- HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2629
- HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3356
- HR 6 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9905