Rb. Den Haag 26 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7617

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag beslist dat zij het besluit tot de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring van twee Syriëstrijders niet kan beoordelen vanwege de afwezigheid van de Syriëstrijders. De Syriëstrijders hebben zelf geen beroep tegen deze besluiten ingediend en de advocaten hebben verklaard geen contact met hen te hebben. De uitspraak van de rechtbank heeft niet tot gevolg dat de besluiten van tafel zijn. De besluiten treden immers onmiddellijk in werking zodat de Syriëstrijders geen gebruik kunnen maken van de aan het Nederlanderschap verbonden rechten en zij ook geen recht op toegang tot Nederland hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken