Conclusie A-G Spronken 8 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:420
Conclusie AG. Beklag tegen inbeslagneming bij advocaat, die verdacht wordt van deelname aan criminele organisatie van cliënt, ter uitvoering van een EOB (art. 5.4.10 jo. 552a Sv). Het eerste en het tweede middel komen op tegen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’ die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen. Deze middelen, waarin de stelling wordt ingenomen dat 1. de rechtbank de zaak diende te verwijzen naar de rechter-commissaris, omdat die nog geen oordeel heeft kunnen vellen over de inhoudelijke argumenten die aan het beroep op het verschoningsrecht ten grondslag liggen en 2. de rechtbank niet over de doorbreking van het verschoningsrecht mocht oordelen zonder de inhoud van de inbeslaggenomen stukken te beoordelen, falen. In het derde tot en met het zevende middel wordt geklaagd dat de inbeslaggenomen goederen geen bewijsmateriaal betreffen waarop het EOB betrekking heeft. Ook deze middelen, waaraan de opvatting ten grondslag lijkt te liggen dat de rechtbank de bewijswaarde van deze goederen dient te beoordelen, falen. Bij de behandeling van een klaagschrift dat opkomt tegen inbeslagneming o.g.v. een EOB mag de rechtbank niet oordelen over het strafvorderlijk belang van de inbeslaggenomen goederen; dat wordt verondersteld aanwezig te zijn. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:223
- HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1940
- HR 18 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:679
- HR 18 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:744
- HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1970
- HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1107
- HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3714
- HR 21 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1092
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1566
- HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9262
- HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0491
- HR 9 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2386
- HR 29 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5070
- HR 18 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5297
- HR 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9162
- HR 30 november 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD7280