HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1566

Beklag, beslag. Verschoningsrecht notaris. Indien een doorzoeking plaatsvindt op het kantoor van een notaris geschiedt aldaar de inbeslagneming van stukken - ook indien de r-c die stukken meeneemt naar zijn kantoor ter nadere beoordeling - op grond van het (voorlopig) oordeel van de r-c dat deze stukken kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Ter beoordeling daarvan zal hij v.z.v. dat noodzakelijk is van de inhoud van die stukken moeten kunnen kennisnemen. De verschoningsgerechtigde moet in staat worden gesteld zich uit te laten over zijn verschoningsrecht m.b.t. de in beslag te nemen of inbeslaggenomen stukken. Diens standpunt dient te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is. Het oordeel of dat laatste het geval is komt in eerste instantie toe aan de r-c, bij voorkeur in gezamenlijk overleg met de Ringvoorzitter (of diens vervanger). V.z.v. dat noodzakelijk is mag de r-c ook daartoe van de inhoud van de stukken waarop het verschoningsrecht betrekking heeft, kennisnemen. De omstandigheden dat de r-c ter beoordeling van de relevantie van de stukken voor de waarheidsvinding of ter beoordeling van het standpunt van de verschoningsgerechtigde kennisneemt van de stukken als hiervoor bedoeld, brengt dus niet mee dat sprake is van een inbreuk op het verschoningsrecht. Bij de beoordeling door de r-c van de vraag of zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen die rechtvaardigen dat het verschoningsrecht moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding kennisneming van de inhoud van die stukken doorgaans niet vereist zal zijn nu het daarbij gaat om de beoordeling van omstandigheden die zich ongeacht de inhoud van de stukken voordoen. De beslissing van de Rb. tot ongegrondverklaring van het klaagschrift is niet gebaseerd op de inhoud van de stukken die onder het verschoningsrecht vallen, maar op het eigen oordeel van de Rb. dat o.g.v. zeer uitzonderlijke omstandigheden het verschoningsrecht op de stukken waarop het klaagschrift ziet, dient te wijken voor het belang van de waarheidsvinding. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen