HR 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:223
Beklag, beslag onder advocaat. Verschoningsrecht, art. 98 Sv. Beslag op iPad en notitieblokken tijdens bezoek van klager aan cliënt in EBI in Vught en op m.n. digitale gegevensdragers in (voormalig) kantoorpand, woning en auto van klager wegens verdenking van het vormen van crimineel samenwerkingsverband met die cliënt. Had Rb behandeling klaagschrift, v.zv. het betrekking heeft op de andere voorwerpen dan de in de EBI inbeslaggenomen iPad en notitieblokken, moeten aanhouden en de stukken in handen van RC moeten stellen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1999:AA3805 en HR:2002:AD9162 m.b.t. doorbreking van het verschoningsrecht en uit HR:2018:1960 en HR:2018:553 m.b.t. procedure van art. 98 Sv. Indien doorzoeking plaatsvindt bij een advocaat en RC de stukken meeneemt naar zijn kabinet ter nadere beoordeling, gebeurt de inbeslagneming o.g.v. voorlopig oordeel van RC dat de stukken kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen (vgl. HR:2014:1566). Een dergelijke handelwijze is ook in overeenstemming met wat de wetgever voor ogen heeft gestaan in gevallen waarin op het kantoor van de verschoningsgerechtigde vanwege de omvang van het te selecteren materiaal slechts een eerste selectie kan worden gemaakt. RC heeft ‘het regime van de zeer uitzonderlijke omstandigheden’ van toepassing verklaard en daarmee tot uitdrukking gebracht dat verschoningsrecht van klager en daarmee samenhangende beperkingen van beslag- en doorzoekingsbevoegdheden moeten wijken voor belang van aan het licht brengen van de waarheid van de feiten waarvan klager wordt verdacht. O.g.v. mededeling van OvJ over het nog te verrichten onderzoek van RC moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat RC t.t.v. behandeling klaagschrift, behalve t.a.v. de in de EBI inbeslaggenomen iPad en notitieblokken, nog niet een (definitieve) beslissing ex art. 98.1 Sv had genomen over het beroep op het verschoningsrecht. Rb had behandeling klaagschrift in zoverre moeten aanhouden en zaak in handen van RC moeten stellen. Na terugwijzing door HR zal Rb, indien RC niet inmiddels ook t.a.v. de overige inbeslaggenomen voorwerpen een beschikking ex art. 98 Sv heeft gegeven, de zaak daartoe in handen van RC moeten stellen. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl