HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9262

Beslag. OM-cassatie. 1. Verschoningsrecht. 2. Onverenigbare beslissingen. Ad 1. OvJ laat eerst p-v bevindingen opmaken m.b.t. inbeslaggenomen stukken die vermoedelijk geheimhouderstukken betreffen alvorens de stukken naar de R-C te zenden. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD5297. De Rb heeft geoordeeld dat toen het vermoeden rees dat zich tussen de inbeslaggenomen stukken geheimhouderstukken bevonden, de OvJ de inbeslaggenomen stukken onverwijld aan de R-C had behoren te zenden. Naar de kennelijke opvatting van de Rb had daarmee alsnog de naleving kunnen worden verzekerd van de regels die hiervoor zijn vooropgesteld. In dat verband heeft de Rb tevens geoordeeld dat de OvJ geen ruimte toekwam om de FIOD/ECD te verzoeken een p-v van bevindingen op te maken. Gelet op hetgeen de Rb verder heeft overwogen heeft het daarmee tot uitdrukking gebracht dat van de inhoud van de stukken waarvan werd vermoed dat het geheimhouderstukken betroffen geen kennis had mogen worden genomen en dat die bevindingen zich dus niet tot die inhoud hadden mogen uitstrekken. Een en ander is onjuist, noch onbegrijpelijk. Ad 2. De Rb heeft enerzijds het beslag opgeheven, hetgeen impliceert dat de inbeslaggenomen voorwerpen moeten worden teruggegeven aan de beslagene, en anderzijds gelast dat de originele stukken aan een R-C ter hand moeten worden gesteld. Deze beslissingen zijn niet met elkaar verenigbaar. Bovendien zou de teruggave van de inbeslaggenomen stukken aan de beslagene in strijd zijn met het oordeel van de Rb dat zij klagers primaire verzoek tot teruggave van die stukken niet zal toewijzen maar dat zij klager wel zal volgen in zijn subsidiaire verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen