Hof 's-Hertogenbosch 2 oktober 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2983

Naheffingsaanslag accijns; belastingaanslag; op de zaak betrekking hebbende stukken. Het hof is van oordeel dat de betreffende brief is aan te merken als een naheffingsaanslag, omdat deze alle voor een naheffingsaanslag benodigde gegevens bevat. De inspecteur heeft alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Belanghebbende heeft op de voet van artikel 8:29, lid 5, Awb toestemming verleend aan het hof om kennis te nemen van de ongeschoonde versies van bepaalde stukken terwijl zij alleen kennis kan nemen van de geschoonde versies. Daarom is een uitspraak van de geheimhoudingskamer achterwege gebleven. Ter zake van 13 zendingen heeft belanghebbende een e-AD ingediend voor het overbrengen van accijnsgoederen onder de accijnsschorsingsregeling vanuit haar AGP naar dat van een geadresseerde in Italië. Niet in geschil is dat de accijnsgoederen aldaar niet zijn aangekomen. Naar het oordeel van het hof zijn de onregelmatigheden niet tijdens de overbrenging geconstateerd. De onregelmatigheden worden dan geacht te hebben plaatsgevonden in Nederland. Belanghebbende heeft het (tegen)bewijs dat de overbrenging overeenkomstig artikel 20, lid 2, Richtlijn is geëindigd of dat is vastgesteld waar de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden, niet geleverd. Nederland is dus heffingsbevoegd. Aan de registratie in EMCS van ontvangstberichten kan belanghebbende niet het vertrouwen ontlenen dat accijns niet zou worden nageheven. De naheffingsaanslag is terecht aan belanghebbende opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken