Hof 's-Hertogenbosch 18 december 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:4071

Tussenuitspraak. Accijns. In deze procedure rijst een vraag van uitlegging van het Unierecht. Het hof wendt zich daarom tot het Hof van Justitie van de Europese Unie met een prejudiciële vraag. De vraag ziet op de situatie dat de onder de accijnsschorsingsregeling overgebrachte goederen niet of niet geheel op de plaats van bestemming (Nederland) zijn aangekomen en dat tekort niet eerder is geconstateerd dan bij het uitladen van het transportmiddel. De vraag is dan of de constatering van het tekort de onregelmatigheid vormt en de lidstaat van aankomst (Nederland) derhalve heffingsbevoegd is, of dat de onbekend gebleven eerdere gebeurtenis welke heeft geleid tot het tekort dient te worden aangemerkt als de onregelmatigheid, zodat de lidstaat van verzending (België) heffingsbevoegd is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken