Hof 's-Hertogenbosch 19 november 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4640
Accijns. Overlegging stukken aan FIOD is geen overlegging aan de Inspecteur. Belanghebbende overlegt op 28 juli 2009 in het kader van een strafrechtelijk onderzoek stukken aan de FIOD. In het kader van het bezwaar tegen de naheffingsaanslag accijns vordert de Inspecteur bij brief van 18 november 2010 stukken en informatie. Uiteindelijk brengt belanghebbende de op 28 juli 2009 aan de FIOD overgelegde stukken tijdens het hoger beroep in als tien-dagen stuk voor het onderzoek ter zitting. Hof oordeelt, dat belanghebbende de stukken aan de Inspecteur had moeten overleggen naar aanleiding van zijn brief van 18 november 2010, omdat de overlegging op 28 juli 2009 aan de FIOD niet impliceert dat daarmee de Inspecteur over die stukken beschikte. Op grond hiervan geeft het Hof tijdens het onderzoek ter zitting als voorlopig oordeel, dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Uiteindelijk komt het in de uitspraak niet tot omkering en verzwaring van de bewijslast, omdat de Hoge Raad na het onderzoek ter zitting een arrest heeft gewezen waaruit volgt dat de Inspecteur een informatiebeschikking had moeten geven. Belanghebbende levert niet het bewijs dat geen onregelmatigheid is begaan en evenmin dat de onregelmatigheid buiten Nederland is begaan. De Inspecteur krijgt gelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2903
- HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1515
- HR 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:874
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:29
- HR 2 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9676
- HR 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ1836
- HR 27 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0398
- HR 13 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9524
- HR 9 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU7726
- HR 5 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2023
- HR 5 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1541