Hof 's-Hertogenbosch 23 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4846

Art. 8:29 Awb. Art. 8:42 Awb. Art. 6 Europees verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele vrijheden. De Belastingdienst heeft tegen betaling informatie ontvangen van een tipgever over buitenlandse bankrekeningen van Nederlanders. De belastingaanslagen en bestuursrechtelijke boetes in de onderhavige procedure zijn opgelegd naar aanleiding van die informatie. Door de identiteit van de tipgever geheim te houden voor de geheimhoudingskamer van het gerechtshof zet de Belastingdienst de belastingrechter buiten spel. De door de Belastingdienst opgegeven redenen om de identiteit van de tipgever geheim te mogen houden moeten (door de geheimhoudingskamer) kunnen worden getoetst. De ‘leiding’ van de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën hebben beslist de identiteit van de tipgever niet bekend te maken aan de belastingrechter. Daardoor kan de geheimhoudingskamer de tipgever niet horen over de vraag of de tipgever gevaar loopt als hij of zij als getuige wordt gehoord. De geheimhoudingskamer kan daarom niet verifiëren of de tipgever inderdaad gevaar loopt. Op deze manier wordt door de ‘leiding’ van de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën de identiteit van de tipgever buiten elke rechterlijke toetsing om geheim gehouden. Dit is in strijd met het in artikel 6 van het EVRM verankerde recht op gelijke proceskansen (equality of arms) en het daarmee verbonden recht op openbaarmaking van bewijs (right to disclosure of evidence) (vgl. ABRvS 30 november 2011, 201010838/1/H3, ECLI:NL:RVS:2011:BU6382). In de strafzaak van belanghebbende heeft de strafrechter het Openbaar Ministerie inmiddels bevolen de identiteit van de tipgever te openbaren aan de strafrechter en de belanghebbende (verdachte).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken