Hof 's-Hertogenbosch 13 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1593

Art. 8:42 Awb. Art. 8:29 Awb. Art. 52a AWR. Art. 67 AWR. Art. 43c, eerste lid, aanhef, onderdelen l en m van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994. Bij een informatiebeschikking dient meer gewicht te worden toegekend aan het belang van de Inspecteur om belanghebbende niet bekend te maken met de informatie waarover de Inspecteur beschikt. Het bekend maken van belanghebbende met de informatie waarover de Inspecteur beschikt kan het gevolg hebben dat belanghebbende de door hem te verstrekken informatie daarop afstemt en dan wordt het doel van de informatiebeschikking teniet gedaan. Het niet vastleggen van de gegevensuitwisseling tussen de Inspecteur en het Openbaar Ministerie (Officier van Justitie) maakt het onmogelijk een controle uit te oefenen op deze gegevensuitwisseling. Niet kan worden vastgesteld dat de Inspecteur wel zou beschikken over enige vastlegging van deze gegevensuitwisseling. Het ontbreken van enige vastlegging van de gegevensuitwisseling tussen de Inspecteur en het Openbaar Ministerie (Officier van Justitie) kan wellicht wel een rol spelen bij de door de Kamer, die de hoofdzaak beslist, te beantwoorden vraag of de informatiebeschikkingen berusten op fiscaalrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs. Aan het voorwaardelijke verzoek van belanghebbende om in de gelegenheid te worden gesteld om zijn standpunt mondeling toe te lichten, indien de geheimhoudingskamer zou besluiten tot toewijzing van het verzoek om geheimhouding van de Inspecteur, gaat de geheimhoudingskamer voorbij.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken