Hof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:7

Art. 8:42 Awb. Art. 8:29 Awb. Art. 67 AWR. Procesorde. - Zonder kennisneming van de ongeschoonde inhoud van stukken kan de belastingrechter niet beoordelen of stukken al dan niet op de zaak betrekking hebben (Hoge Raad 15 november 2013, 12/00606, ECLI:NL:HR:2013:1129 en Hoge Raad 10 april 2015, 14/01189, ECLI:NL:HR:2015:874). - Daarom beslist niet de Kamer die de hoofdzaak beslist of een stuk al dan niet op de zaak betrekking heeft, maar beslist de geheimhoudingskamer – die kennis neemt van de stukken in ongeschoonde vorm – daarover. - Verschil tussen geheimhouding en beperkte kennisneming. Bij geheimhouding mogen de rechter, die de hoofdzaak beslist, en belanghebbende geen kennis nemen van de ongeschoonde (delen van de) stukken en blijven deze (delen van de) stukken bij de beoordeling van het geschil buiten beschouwing. Bij beperkte kennisneming neemt de rechter, die de hoofdzaak beslist, met toestemming van belanghebbende (artikel 8:29, lid 5 van de Awb) bij de beoordeling van het geschil wel kennis van alle ongeschoonde stukken, maar belanghebbende niet. - Er is geen gewichtige reden als bedoeld in art. 8:29 Awb om de naam en het adres van een particulier, die belanghebbende wil benaderen voor informatie of om als getuige op te roepen, geheim te houden. (Vgl. Hoge Raad 3 april 2009, 07/13014, ECLI:NL:HR:2009:BH9184)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken