Hof 's-Hertogenbosch 19 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1835

Art. 8:42 Awb. Art. 8:45 Awb. Art. 8:29 Awb. Art. 67 AWR. Art. 30 tot en met 34 Wetboek van Strafvordering. Artikel 149a en 149b Wetboek van Strafvordering. Artikel 315 Wetboek van Strafvordering. Art. 365 Wetboek van Strafvordering. Art. 11 Wet openbaarheid van bestuur. Pre-weegdocument. Het Hof vraagt op de voet van art. 8:45 Awb bij de Officier van Justitie een zogenoemd pre-weegdocument op. De Officier van Justitie beroept zich (primair) op geheimhouding en (subsidiair) op beperkte kennisneming. - Belanghebbende geeft geen toestemming ex art. 8:29, vijfde lid Awb voor beperkte kennisneming (wel kennisneming door de Kamer die de hoofdzaak beslist, maar geen kennisneming door procespartijen). - De omstandigheid dat de Officier van Justitie het pre-weegdocument als een intern stuk beschouwt vormt geen gewichtige reden. Aan het recht van belanghebbende om kennis te nemen van het stuk in ongeschoonde vorm kan geen afbreuk worden gedaan door stukken van het etiket ‘intern’ te voorzien. - Anders dan volgt uit HR 16 juni 2009, 08/04027, ECLI:NL:HR:2009:BI1430 voor de strafprocedure hoeft een belanghebbende in een belastingprocedure niet uit te leggen en te onderbouwen, althans niet verdergaand dan dat er enige relevantie is voor, en enig verband is met, de zaak, waarom hij (en de belastingrechter) wél moet(en) kunnen beschikken over de stukken. - Het beroep van de Officier van Justitie op de uitzonderingsgronden in de Wob faalt. Uit artikel 8:29, tweede lid Awb volgt, dat belanghebbende minimaal recht op heeft op informatie (stukken) waarop derden recht hebben op grond van de Wob. Voor geheimhouding op de voet van artikel 8:29 Awb moet een sterkere grond aanwezig zijn dan de redenen waarom krachtens de Wob een verzoek om informatie kan worden geweigerd. Immers, bij de Wob gaat het om algemene openbaarmaking aan derden, terwijl het in het kader van artikel 8:29 Awb gaat om bekendmaking aan belanghebbende in de belastingprocedure van (delen van) stukken, die op zijn (eigen) zaak betrekking hebben. - Toepassing van artikel 8:45 Awb doet geen afbreuk aan de regeling in het Wetboek van Strafvordering voor de bepaling welke processtukken behoren tot het strafdossier, indien het gaat om stukken die geen deel uitmaken van het strafdossier dat aan de strafrechter is voorgelegd. Met betrekking tot de niet aan de strafrechter voorgelegde stukken uit het strafdossier wordt met de toepassing van artikel 8:45 Awb geen inbreuk gemaakt op de aan de strafrechter in artikel 365, vierde en vijfde lid WSv toebedeelde exclusieve bevoegdheid te bepalen welke stukken uit het strafdossier aan derden worden verstrekt (vgl. ABRvS 20 april 2011, 201010133/1/H3, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1879). - De geheimhoudingskamer schoont zelf het pre-weegdocument minder dan de Officier van Justitie wenst. Omdat de Officier van Justitie op grond van artikel 8.45, tweede lid Awb verplicht is het door de hoofdkamer opgevraagde pre-weegdocument te overleggen, en mede gelet op de omstandigheid dat de in artikel 8.31 Awb bedoelde sanctie niet geldt voor de Officier van Justitie, zal de geheimhoudingskamer de Officier van Justitie niet in de gelegenheid stellen een minder geschoonde versie, overeenkomstig de beslissing van de geheimhoudingskamer, te overleggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken