CBb 25 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:114
Fosfaatrechten. Overzichtsuitspraak. Het College heeft eerder geoordeeld over het fosfaatrechtenstelsel en het recht op eigendom. In wat appellante en verweerder in deze zaak naar voren hebben gebracht ziet het College aanleiding zijn oordeel hierover in deze uitspraak nader te motiveren. Bij de beoordeling of de last buitensporig is, staat voorop dat de beslissingen van melkveehouders om te investeren in productiemiddelen als stallen, grond, melkvee en machines, om deze te verhuren of te verkopen, of om bestaande stalruimte (nog) niet te benutten, moeten worden gezien als ondernemersbeslissingen waaraan risico’s inherent zijn. Het College hanteert als uitgangspunt dat de individuele melkveehouder zelf de gevolgen van die risico’s draagt. Dit uitgangspunt wordt alleen bij uitzondering verlaten. Daarvoor moet dan wel de genomen beslissing in de gegeven omstandigheden - wat betreft het tijdstip waarop de beslissing is genomen, de omstandigheden waaronder de beslissing is genomen, de mate waarin is geïnvesteerd en de reden waarom is geïnvesteerd - navolgbaar zijn, mede bezien in het licht van de afschaffing van het melkquotum en de maatregelen die in verband met die afschaffing te verwachten waren. Bovendien moeten er goede redenen zijn om aan te nemen dat de last buitensporig is en aldus geen evenwicht bestaat tussen de belangen die zijn gediend met het fosfaatrechtenstelsel en de belangen van de melkveehouder. Het College komt in deze zaak tot de conclusie dat het bestreden besluit niet in strijd is met artikel 1 van het EP.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 23 Meststw
- Artikel 38 Meststw
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 8:36 Awb
- Artikel 8:88 Awb
- Artikel 2 BPB
- Artikel 6 Besluit tarieven in strafzaken 2003
- Artikel 8 Besluit tarieven in strafzaken 2003
- Artikel 11 Besluit tarieven in strafzaken 2003
- Artikel 72a Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
Aangehaalde uitspraken
- CBb 11 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:84
- CBb 28 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:56
- CBb 7 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:11
- CBb 7 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:20
- CBb 26 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:624
- CBb 26 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:729
- CBb 5 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:555
- CBb 15 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:489
- CBb 15 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:505
- CBb 8 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:472
- CBb 24 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:446
- CBb 17 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:435
- CBb 10 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:406
- CBb 10 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:413
- CBb 3 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:389
- CBb 13 augustus 2019, ECLI:NL:CBB:2019:341
- CBb 6 augustus 2019, ECLI:NL:CBB:2019:330
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:301
- CBb 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:232