CBb 17 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:435
Wetsbepaling: Artikel 1 van het (Eerste) Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Inhoud: Fosfaatrecht. Geen sprake van een individuele en buitensporige last. Wat betreft investeringsverplichtingen die appellante na 2 juli 2015 is aangegaan, behoorde het tot haar verantwoordelijkheid ermee rekening te houden dat het fosfaatrechtenstelsel geen rekening houdt met op 2 juli 2015 onbenutte productieruimte, zodat de gevolgen daarvan voor haar risico komen. Daarbij komt dat de omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe ligboxenstal ook pas na genoemde datum is verleend. Appellante is dus ook in zoverre op het verkrijgen van die vergunning vooruitgelopen met het doen van al dan niet omkeerbare investeringsbeslissingen, zodat ook in zoverre in beginsel geen ruimte is om aan te nemen dat sprake is van een schending van artikel 1 van het EP.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522
- Hof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3067